Inhoudsopgave - artikel

Publicatie datum
16 juli 2015
UDH Publicatie nr.
-
Artikeltype
Artikel

Het bewaren van dataretentie in Nederland

1. Het evaluatierapport van het WODC

In 2013 heeft het WODC een onderzoek gepubliceerd over de Wet bewaarplicht telecommunicatiegegevens.[7] In dit rapport is de Wet bewaarplicht telecommunicatiegegevens onderzocht en de wijze waarop gegevens over telefoon- en internetverkeer gebruikt worden in de opsporingspraktijk. Zowel de implementatie en het functioneren van de wet in de praktijk wordt in kaart gebracht, alsmede hoe verkeers- en locatiegegevens in de praktijk worden ingezet bij de opsporing, vervolging en bewijsvoering van misdrijven. Ook het toezicht op de naleving van de wet vormt onderdeel van het rapport. Enerzijds wordt erkend dat de analyse van verkeers- en locatiegegevens een gedetailleerd beeld kan geven van het leven van een persoon, anderzijds wordt tevens gewezen op het verouderde juridische kader en de grenzen van de Nederlandse wet. Hierdoor worden gegevens van burgers opgeslagen die niet of nauwelijks door opsporingsdiensten worden gebruikt. Dit terwijl het opslaan van dergelijke gegevens wel het risico met zich brengt van toegang door onbevoegden, zoals hackers. Een tweede privacy-risico hangt samen met het moment waarop politie en justitie de beschikking krijgen over bewaarde gegevens in het kader van een onderzoek. De huidige wijze van administreren van vorderingsverzoeken geeft geen inzicht in het aantal keren dat er gegevens worden geleverd, het aantal personen waarop deze verzoeken zich richten en het aantal en de aard van de zaken waarbij dit opsporingsmiddel wordt ingezet. Of, en zo ja in hoeverre en op welke schaal, inbreuk gemaakt wordt op het recht op privacy is daardoor zeer moeilijk vast te stellen. Het rapport stelt echter wel stellig dat de toegang tot en het gebruik van verkeersgegevens door opsporingsdiensten onomstotelijk een inbreuk op de privacy van burgers vormt. Bovendien wordt er gewezen op het feit dat het privacy probleem mogelijk verergert door: ‘de enorme vlucht die het gebruik van de mobiele telefoon heeft genomen en doordat de gedetailleerdheid waarmee een analyse van telefoon- en internetgegevens inzicht kan geven in iemands leven sterk is toegenomen.’[8] Het onderscheid tussen de bewaartermijn van telecom- en internetverkeersgegevens wordt als achterhaald beschouwd doordat telefonie en internet niet langer strikt te scheiden zijn en de privacyinbreuk bij internetgegevens niet groter wordt geacht dan bij telecomgegevens. Bovendien zorgt het onderscheid voor onduidelijkheden en technische en praktische problemen. Met betrekking tot de duur van de bewaartermijn wordt opgemerkt dat professionals de bewaartermijn van een jaar voor telecomgegevens als afdoende ervaren, terwijl de termijn van 6 maanden voor internetgegevens unaniem te kort bevonden wordt.[9] Er wordt daarom gepleit voor een en dezelfde bewaartermijn voor telecom- en internetgegevens. Hierbij wordt dan niet direct voorgesteld deze gelijk te trekken naar een jaar, maar wordt een zorgvuldige heroverweging van de regeling geadviseerd waarbij zowel gekeken wordt naar de bewaartermijn als naar de te bewaren gegevens. Voor het vaststellen van een overkoepelende bewaartermijn moet de privacygevoeligheid van de nieuw op te nemen gegevens in de Wet bewaarplicht telecommunicatiegegevens een doorslaggevende rol spelen. Bovendien moet de reikwijdte van de bewaarplicht heroverwogen worden zodat ook andere vormen van communicatie, bijvoorbeeld via sociale media en via games, daaronder zou kunnen worden gebracht. Hierbij wordt er wel op gewezen dat ‘Een ruime uitbreiding van de bewaarplicht naar mogelijkheden voor het gebruik van internetverkeersgegevens om daarmee de opsporing slagvaardiger te maken een vanuit het ‘veiligheidsdenken’ aangestuurde gedachte is. Vanuit het perspectief van de privacy van de burgers is dit echter een ongewenste ontwikkeling’.[10] Bij de heroverweging van de bewaarplicht moet ook rekening gehouden worden met het feit dat toegenomen opslag van gegevens een groter misbruikrisico met zich meebrengt, terwijl de opsporing niet per definitie efficiënter wordt indien er meer gegevens beschikbaar zijn. Meer gegevens kunnen ook meer ruis veroorzaken. Het gaat, aldus het WODC, uiteindelijk om: ‘Het zoeken naar een alternatief voor de algemene bewaarplicht, waarmee enerzijds de opsporing van misdrijven waarbij communicatie plaatsvindt via internet kan worden gediend en anderzijds de privacy zo min mogelijk wordt geschonden’.[11]

Verder lezen?

Abonneren

Om dit artikel volledig te lezen heeft u een abonnement nodig

Abonneren

Toegang aanvragen

Uw organisatie heeft een abonnement op dit tijdschrift, maar u heeft nog geen toegang. Dien uw aanvraag in, dan neemt een beheerder van uw organisatie deze verder in behandeling.

Artikel kopen

Lees direct verder zonder abonnement.

Normaal tarief
€ 92,65
incl. btw
Studententarief
€ 16,35
incl. btw
Welkom op onze vernieuwde website! Als u direct of via uw organisatie een abonnement afneemt op (één van) onze titels dan kunt u die voortaan al dan niet via een contentintegrator, op deze website raadplegen. Om toegang te krijgen, dient u éénmalig een persoonlijk gebruikersaccount aan te maken. Bij een volgend bezoek wordt u automatisch herkend en kunt u direct doorklikken naar het door u gewenste artikel of tijdschrift.

Mocht het onverhoopt niet lukken, neem dan contact op met onze Websupport via websupport@denhollander.info