In dit artikel bespreek ik de arresten Duitsland/Commissie2GvdEU 24 januari 2024, T-409/21, ECLI:EU:T:2024:34. en ARERA.3HvJEU 7 maart 2024, C‑558/22, ECLI:EU:C:2024:209. Beide arresten gaan over stimuleringsmaatregelen voor groene energie en bevatten interessante overwegingen die raken aan het staatssteunbegrip, meer in het bijzonder de criteria staatsmiddelen en selectiviteit. Daarmee gaan zij dus ook over de grenzen waarbinnen de lidstaten hun energiebeleid vorm kunnen geven zonder bemoeienis van Brussel. Anders gezegd: welke ruimte is er voor lidstaten om bepaalde vormen van energieopwekking en –verbruik te stimuleren zonder dat zij een maatregel ter goedkeuring moeten voorleggen aan de Europese Commissie?