Europese digitale regelgeving is de afgelopen jaren sterk uitgebreid met kaders voor cybersecurity, digitale weerbaarheid en data-governance. Deze regulering heeft een paradoxaal effect. Naarmate compliance een permanente organisatorische capaciteit wordt, groeit de aantrekkelijkheid van digitale ecosystemen die security, monitoring en governance geïntegreerd aanbieden. Regulering kan daardoor bestaande concentratietendensen bij grote platformaanbieders versterken. De ACM-marktstudie clouddiensten (2022) en het rapport Staat van de Markt (2026) tonen aan dat de Nederlandse cloudmarkt sterk geconcentreerd is en dat die concentratie verder toeneemt. Het regelgevingskader erkent deze spanning ook zelf: de DORA-verordening adresseert ICT-concentratierisico via voorafgaande beoordelingsplichten, contractuele exit-verplichtingen en een lead overseer-mechanisme voor kritieke ICT-dienstverleners zoals grote cloudaanbieders. DORA reguleert echter de gevolgen van concentratie voor financiële weerbaarheid, niet de oorzaken van die concentratie zelf. Dat heeft consequenties voor het soevereiniteitsbegrip. Het publieke debat zoekt digitale soevereiniteit vaak in technologische onafhankelijkheid van buitenlandse platforms, maar dat antwoord biedt weinig houvast wanneer afhankelijkheid structureel in markt en regulering is verankerd. Voor de juridische praktijk betekent dit dat digitale soevereiniteit niet primair een vraagstuk van technologische autonomie is, maar van bestuurlijke regie over onvermijdelijke afhankelijkheden.