Vastgoedcontracten 2020

Huurovereenkomst voor onzelfstandig woonruimte

Huib Hielkema Bij ieder contract is een uitgebreide toelichting gevoegd. Hieronder treft u de eerste alinea van de toelichting aan. Wanneer u het contract koopt ontvangt u daarbij uiteraard ook de toelichting. Indien u een abonnement neemt heeft u onbeperkt toegang tot alle contracten en toelichtingen daarop.

Voor het opstellen van dit model is gebruik gemaakt van de modelhuurovereenkomst voor woonruimte van de Raad voor Onroerende Zaken (hierna te noemen: ‘ROZ’), vastgesteld op 30 juli 2003. Omdat echter in het kader van deze uitgave meerdere modellen voor woonruimte zijn opgesteld (waaronder dit model specifiek voor onzelfstandige woonruimte), zijn de nodige wijzigingen ten opzichte van het ROZ-model doorgevoerd, reden waarom in het onderhavige model niet uitdrukkelijk naar het model van de ROZ is verwezen.

Vastgoedcontract kopen € 150,00 excl. BTW

In plaats van abonneren kunt u dit vastgoedcontract ook afzonderlijk kopen.

Wel zijn de algemene bepalingen die behoren bij voornoemd ROZ-model uitdrukkelijk van toepassing verklaard. In de algemene bepalingen wordt regelmatig verwezen naar artikelen uit de overeenkomst. Aangezien dit model de opbouw van het ROZ-model voor woonruimte volgt, zijn de verwijzingen in beginsel juist. Als partijen evenwel een of meer van de artikelen 1 tot en met 9 van deze modelovereenkomst voor onzelfstandige woonruimte schrappen, of er een of meer artikelen aan toevoegen, dan dient te worden gecontroleerd of de verwijzingen in de toepasselijke algemene bepalingen naar de tekst van de overeenkomst nog juist zijn.Op huurovereenkomsten met betrekking tot woonruimte zijn de algemene huurrechtelijke bepalingen van boek 7, titel 4, afdeling 1 tot en met 4 BW van toepassing (artikelen 7:201 tot en met 7:230 en 7:231 BW). Daarnaast gelden de (semi-)dwingendrechtelijke bepalingen van boek 7, titel 4, afdeling 5 (artikelen 7:232 BW en verder). Dat betekent dat de huurder van woonruimte huur(prijs)bescherming geniet en de verhuurder als gevolg daarvan beperkt is in zijn mogelijkheden om de huurovereenkomst te beëindigen en de huurprijs te wijzigen. Ook huisgenoten van huurders nemen in sommige gevallen een bijzondere positie in. Zo zijn echtgenoten die in het gehuurde hun hoofdverblijf hebben van rechtswege medehuurder en kunnen huisgenoten na overlijden van de huurder onder bepaalde voorwaarden de huurovereenkomst voortzetten.Dwingendrechtelijke regels gelden in principe altijd, ook al bepalen partijen in de huurovereenkomst iets anders. Van semi-dwingendrechtelijke regels mag worden afgeweken, doch niet ten nadele van de huurder. De huurbescherming wordt als een belangrijk recht van huurders gezien. Uitzonderingen daarop en afwijkingen daarvan zijn slechts heel beperkt mogelijk. Onder meer zijn wettelijk uitgezonderd huur die een gebruik van woonruimte betreft dat naar zijn aard van korte duur is (zie model 25) en (gedeeltelijk) de hospitaverhuur (zie model 28). Ook in geval van de verhuur van gemeentelijke sloopwoningen (zie model 12) is de huurbescherming beperkt.Er moet onderscheid worden gemaakt tussen een zelfstandige en een onzelfstandige woning. Een zelfstandige woning is een woning die een eigen toegang heeft en bewoond kan worden zonder dat de bewoner afhankelijk is van wezenlijke voorzieningen buiten de woning (artikel 7:234 BW). Een woning wordt als zelfstandig beschouwd als er een toilet, een keuken en een wasgelegenheid zijn achter de eigen voordeur. Woonruimte waarbij die voorzieningen moeten worden gedeeld, is onzelfstandige woonruimte, waarvoor dit model is bedoeld.Vrijwel alle (semi-)dwingendrechtelijke bepalingen voor woonruimte gelden ook voor huurovereenkomsten voor onzelfstandige woonruimte. Een uitzondering vormt de speciale vorm van huurbescherming voor onderhuurders ex artikel 7:269 BW, die uitsluitend betrekking heeft op de onderhuur van een zelfstandige woning. Verder geldt ingevolge artikel 7:232 lid 3 BW een deel van de opzeggingsvoorschriften niet gedurende de eerste negen maanden van de zogenaamde hospitaverhuur (zie model 28). Met hospitaverhuur wordt bedoeld verhuur van een onzelfstandige woning, die deel uitmaakt van een woning waarin de verhuurder zelf zijn hoofdverblijf heeft. De termijn van negen maanden geldt uitsluitend indien niet eerder in die woning woonruimte aan dezelfde huurder is verhuurd. Na verloop van die negen maanden gelden de normale opzeggingsvoorschriften voor de verhuurder, maar de verhuurder heeft wel een extra, zesde, opzeggingsgrond op basis waarvan de huurbeëindiging kan worden uitgesproken, te weten dat: ‘de verhuurder aannemelijk maakt dat zijn belangen bij beëindiging van de huur zwaarder wegen dan die van de huurder bij voortzetting daarvan’ (artikel 7:274 lid 1 sub f BW).

Deel deze pagina:

Nog niet beoordeeld

Bijlage(n)

  • Bijlagen zijn alleen beschikbaar voor abonnees.

Artikel informatie

Type
Huur
Auteurs
Huib Hielkema
Auteursvermelding
Ik ben auteur van dit artikel
Datum artikel
Uniek Den Hollander publicatienummer
UDH:VgC/11266