Vastgoedcontracten 2020

Franchiseovereenkomst

Huib Hielkema Bij ieder contract is een uitgebreide toelichting gevoegd. Hieronder treft u de eerste alinea van de toelichting aan. Wanneer u het contract koopt ontvangt u daarbij uiteraard ook de toelichting. Indien u een abonnement neemt heeft u onbeperkt toegang tot alle contracten en toelichtingen daarop.

* Dit contract is oorspronkelijk mede opgesteld door Linda Roelofs. 1. Dit model is bruikbaar in geval van franchising. Franchising kan worden gedefinieerd als een hechte vorm van samenwerking tussen juridisch en financieel zelfstandige en onafhankelijke ondernemingen, de franchisegever en zijn individuele franchisenemers, die onder gebruikmaking van een gemeenschappelijke naam en met een uniforme uitstraling goederen en/of diensten aanbieden aan afnemers. De franchisegever verleent daarbij het recht en legt de verplichting op aan de franchisenemer om

Vastgoedcontract kopen € 150,00 excl. BTW

In plaats van abonneren kunt u dit vastgoedcontract ook afzonderlijk kopen.

een onderneming te exploiteren volgens de franchiseformule van de franchisegever.Nederland kent geen specifieke wetgeving met betrekking tot franchising. De franchiseovereenkomst is derhalvete kwalificeren als een onbenoemde overeenkomst. De contractsvrijheid van partijen bij de franchiseovereenkomst wordt begrensd door het vermogensrecht en algemene contractenrecht, het nationale en Europese mededingingsrecht, fiscale regelgeving, het huurrecht en het arbeidsrecht. Voorts dienen partijen (in beginsel) de Europese Erecode Inzake Franchising (hierna te noemen: ‘de Europese Erecode’) in acht te nemen. De Europese Erecode bevat voorwaarden van fair gedrag voor de bij franchising betrokkenen in Europa. De franchisegever en zijn individuele franchisenemers die zijn aangesloten bij de nationale franchiseverenigingen zijn verplicht om de Europese Erecode in acht te nemen (het overgrote deel van de in Nederland werkende franchisegevers is aangesloten bij de Nederlandse Franchise Vereniging (NFV)). Ook niet bij de nationale franchiseverenigingen aangesloten partijen kunnen onder omstandigheden echter gebonden zijn aan de Europese Erecode, aangezien de norm van redelijkheid en billijkheid in het contractenrecht kan worden ingevuld aan de hand van de Europese Erecode. Van belang voor de franchisepraktijk is ook de Europese Groepsvrijstelling voor Verticale Overeenkomsten (Sinds 1 juni 2010: Verordening (EU) 33/2010, PB EU L102, 23.4.2010, p.1-7), hierna te noemen: ‘Groepsvrijstelling Verticalen’, en de Mededeling van de Commissie van 19 mei 2010 (PB EU C 130,19.05.2010, p. 1-46), die de richtsnoeren inzake verticale beperkingen bevat. Daarnaast zijn het verdrag betreffende de Werking van de Europese Unie (‘VWEU’) en de Mededingingswet van belang. De Groepsvrijstelling Verticalen bepaalt dat het kartelverbod van artikel 101 lid 1 VWEU niet geldt, indien het marktaandeel van zowel de franchisegever als de franchisenemer op de relevante markten waarop de franchiseovereenkomst van invloed niet meer dan 30% bedraagt (het merendeel van de in Nederland gevestigde franchiseketens heeft een marktaandeel van minder dan 30%), mits aan een aantal voorwaarden is voldaan. Krachtens artikel 12 Mededingingswet geldt het kartelverbod van artikel 6 Mededingingswet niet voor overeenkomsten waarvoor artikel 101 lid VWEU buiten toepassing is verklaard (in de Mededingingswet wordt nog naar het oude artikel 81 lid 1 EG-Verdrag verwezen) Via artikel 12 Mededingingswet werkt de Groepsvrijstelling Verticalen aldus door voor franchiseovereenkomsten die onder artikel 6 Mededingingswet vallen. De Groepsvrijstelling Verticalen bevat een lijst met ernstige mededingingsbeperkende afspraken, zoals prijsbinding en marktverdeling door middel van toewijzing aan de franchisenemer van gebieden of categorieën van klanten, de zogenaamde ‘hard-core’-restricties. Als een franchiseovereenkomst één van deze‘hard-core’-restricties bevat, heeft dat tot gevolg dat de franchiseovereenkomst in zijn geheel van de wer- kingssfeer van de Groepsvrijstelling Verticalen is uitgesloten. Dit betekent dat andere bepalingen die normaliter onder de werkingssfeer van de Groepsvrijstelling Verticalen zouden vallen, zoals non-concurrentiebedingen, niet langer zijn vrijgesteld van het kartelverbod. Voor zover van belang, zal in deze toelichting op bovengenoemde wet- en regelgeving nader worden ingegaan

Deel deze pagina:

Nog niet beoordeeld

Bijlage(n)

  • Bijlagen zijn alleen beschikbaar voor abonnees.

Artikel informatie

Type
Huur
Auteurs
Huib Hielkema
Auteursvermelding
Ik ben auteur van dit artikel
Datum artikel
Uniek Den Hollander publicatienummer
UDH:VgC/11283