Tijdschrift voor Agrarisch Recht 2012 nr. 5

Dierenwelzijn

prof. mr. D.W. Bruil

Een eerste en belangrijke vraag is: wat is dierenwelzijn en hoe bepalen we dat? Het Planbureau voor de Leefomgeving1 stelt het als volgt: ‘dierenwelzijn draait primair om de kwa­liteit van leven zoals het dier die ervaart. Maar geen mens, ook niet de deskundige,kan claimen exact te weten wat die­ren voelen. De maatschappelijke welzijnsdiscussie is ech­ter breder en betreft naast ongerief voor de dieren ook kwes­ties als natuurlijkheid, technologisering, intrinsieke waarde, rechten van dieren en esthetiek.

Artikel kopen € 79,00 excl. BTW

In plaats van abonneren kunt u dit artikel ook afzonderlijk kopen.

In veel gevallen strookt het oordeel van dierdeskundigen over de mate van ongerief met de mate waarin dat ongerief onderwerp is van maatschappe­lijke discussie. Maar er zijn ook onderwerpen die nadrukke­lijk maatschappelijke commotie oproepen, zoals het houden van varkens in een flat of het doden van eendagshaantjes, terwijl ongerief voor het dier daar niet aan de orde(hoeft te) zijn. Dit maakt het voor veehouders buitengewoon lastig om de buitenwereld te overtuigen van de welzijnsvriendelijk­heid van hun houderijsystemen.’ In Nederland is de laatste jaren zeer veel aandacht voor die­ren. Wij hebben er ook heel veel. Op een oppervlakte van maar 42.000 km2 wonen niet alleen ruim 16,5 mln. mensen, maar ook 145.000 paarden, 1,4 mln. schapen en geiten, bijna 4 mln. koeien, 12 mln. varkens en 96 mln. kippen.2 De aan­tallen nertsen, struisvogels, eenden en elanden zijn minder hoog, maar niet te verwaarlozen. Dat zijn dan de zgn. land­bouwhuisdieren. Er schijnen ook nog meer dan 30 mln. ge­zelschapsdieren te zijn, honden, katten, muizen, kanaries, goudvissen e.d. In het wild leven uiteraard ook nog – meest­al onbekende aantallen – dieren. De toenemende publieks­aandacht voor diervraagstukken komt onder meer tot ui­ting in de politiek. Als enige land ter wereld hebben we een Partij voor de Dieren met inmiddels vertegenwoordigers in Tweede en Eerste Kamer, in zeven provincies (Provincia­le Staten), zes waterschappen en zes gemeenteraadsfracties.3 Uiteraard is het niet alleen deze partij die een aantal dieren­thema’s naar voren heeft gebracht, ook andere partijen be­steden er meer dan voorheen aandacht aan. Om enkele aan­sprekende onderwerpen te noemen: ––de introductie van de speciale dierenpolitie;4 ––het verbod op seks met dieren;5 ––het ‘uitfaseren’ van de nertsenhouderij;6 ––het verbod op ritueel slachten.7 Deze onderwerpen zullen in dit artikel niet verder aan de orde komen. Wel zal een overzicht worden gegeven van de regels voor dierenwelzijn die gelden in de dierhouderij. Veel van deze regels zijn betrekkelijk technisch van aard, bij­voorbeeld waar zij betrekking hebben op huisvesting. De ei­sen, en dan vooral de veranderingen daarin, hebben vaak wel flinke consequenties voor de kosten van de veehoude­rij en daarmee voor de inkomens van de boeren. Vaak wordt daarom gewerkt met ruime overgangstermijnen voor nood­zakelijke investeringen, overigens ook vaak nog weer ver­lengd. De basis voor de welzijnsregelgeving is op Europees niveau gelegd in verordeningen en richtlijnen. Dat ligt ook voor de hand, aangezien de veehouderijen op de Europe­se markten moeten concurreren, en genoemde kosten daar­bij medebepalend zijn. Op nationaal niveau is de Europese regelgeving uitgewerkt in verschillende uitvoeringsbeslui­ten op basis van de Gezondheids- en welzijnswet voor die­ren, welke in de toekomst wordt vervangen door de Wet dieren. In feite legt de overheidsregulering een minimaal ni­veau van dierenwelzijn vast. In toenemende mate trachten partijen zoals (groot)winkelbedrijven, dierenbeschermers en ook boeren een hoger, bovenwettelijk niveau van die­renwelzijn te bewerkstelligen. Dit komt bijvoorbeeld tot ui­ting in het zgn. sterrensysteem ‘Beter Leven’ van Dierenbe­scherming Nederland, op basis waarvan allerlei afspraken zijn gemaakt met veehouders, verwerkers en winkels. Dat hogere niveau van dierenwelzijn wordt privaatrechtelijk ge­borgd, door middel van overeenkomsten. De hoop is dat de daarmee samenhangende kosten voor dierenhouders kun­nen worden verdiend op ‘de markt’. Uiteraard staat of valt dit systeem met de bereidheid van consumenten om meer te betalen voor dierlijke producten die afkomstig zijn van die­ren die het beter hebben of hebben gehad dan de minimum­standaard eist. Tot op zekere hoogte loopt het economische en het welzijns­belang in de dierhouderij parallel. Een dier dat zich goed voelt zal in het algemeen een goede productie opleveren. Een goed welzijn kan ook economische voordelen brengen, zoals we nog zullen zien. Toch kunnen de kosten van wel­zijnsmaatregelen, bij de smalle marges die nu eenmaal aan de landbouw schijnen te moeten kleven, de concurrentie­positie van de veehouderij, zeker in verhouding met landen van buiten de Europese Unie, aantasten. In een Europees rapport worden de jaarlijkse kosten voor het bedrijfsleven geschat op € 2,8 miljard, wat neerkomt op 2% van de waar­de van de totale productie van de veehouderijsector.8 Het rapport stelt dat er weinig bewijs is voor de stelling dat eisen aan dierenwelzijn de stabiliteit van de veehouderij negatief beïnvloedt. De economische duurzaamheid van de sector hangt meer af van vraag en aanbod, variaties in marktbe­scherming en het belang van dierenwelzijn in verhouding tot andere kosten en business drivers. Behalve economie is ook milieu in de veehouderij een be­langrijk onderwerp. Ook hier lopen de belangen in sommige opzichten parallel. Is de reductie van de emissie van ammo­niak bijvoorbeeld gediend met een beter en sneller afvoeren van de mest, ook het stalklimaat profiteert daarvan en dus het welzijn van de zich in die stal bevindende dieren. Overi­gens is ook het voldoen aan milieueisen af en toe een voor­deel in de markt. Er zijn echter ook tegengestelde belan­gen. Koeien in de wei bijvoorbeeld – als we van mening zijn dat het welzijn van koeien daarmee bevorderd wordt - zou­den meer milieubelasting veroorzaken dan koeien die bin­nen staan.9 Daar kan overigens verschillend over worden ge­dacht. Voor broeikasgasemissies schijnt weidegang weer voordelen te hebben.10 Dieren die een uitloop hebben voe­len zich volgens velen misschien beter, maar zijn wel va­ker ziek.11 Daarmee is ook de relatie tussen dierenwelzijn en diergezondheid onderwerp van een discussie die niet steeds tot duidelijke uitkomsten leidt. Aangenomen mag worden dat er in het algemeen een parallel belang is: een gezond dier voelt zich goed.

U heeft op dit moment geen toegang tot de volledige inhoud van dit product. U kunt alleen de inleiding en hoofdstukindeling lezen.

Wanneer u volledige toegang wenst tot alle informatie kunt u zich abonneren of inloggen als abonnee.


Deel deze pagina:

Nog niet beoordeeld

Bijlage(n)

  • Bijlagen zijn alleen beschikbaar voor abonnees.

Artikel informatie

Type
Artikel
Auteurs
prof. mr. D.W. Bruil
Auteursvermelding
Ik ben auteur van dit artikel
Datum artikel
Uniek Den Hollander publicatienummer
UDH:TvAR/9889

Verder in 2012 nr.5

  Geiten en verwijten

Er gaat de laatste tijd veel aandacht uit naar Q-koortspatiënten. En dat is terecht. In sommige gevallen is sprake van ernstige ziekteverschijnselen; ten minste 25 mensen zouden zelfs aan de Q-koor...

 Dierenwelzijn

Een eerste en belangrijke vraag is: wat is dierenwelzijn en hoe bepalen we dat? Het Planbureau voor de Leefomgeving1 stelt het als volgt: ‘dierenwelzijn draait primair om de kwa­litei...

 Het afpalingsrecht (eenden­kooien) – de ontknoping

In aflevering 5 van de 71ste jaargang van dit tijdschrift heb ik de stand van zaken trachten weer te geven ten aanzien van het oude zakelijke afpalingsrecht (eendenkooien), zo­als dat...

 Emissierechten en emissiehandel in de agrarische sector

1.Oorsprong, doel en werking van emissiehandel Emissiehandel is een belangrijk instrument voor het natio­nale en internationale klimaatbeleid. De eerste algemene af­spraken werden in het Klimaatve...

 Wetgeving en literatuur

Algemeen Subsidies De Regeling LNV-subsidies is gewijzigd (Stcrt. 25 mei 2012, nr. 9666). Een van de mogelijkheden is een subsidie voor duurzame stallen bij landbouwbedrijven die binnen 3 km van ...