Met enige regelmaat komen in het nieuws berichten voorbij over drugslaboratoria en/of drugshandel in of vanuit woningen of bedrijfsruimten,2Bijv. recent: https://nos.nl/artikel/2539918-verdachte-drugslab-geexplodeerde-garagebox-rotterdam-komt-vrij. waarbij vaak enorme schade wordt veroorzaakt aan het betreffende pand en omliggende panden. De Wet Damocles biedt de burgemeester de bevoegdheid om panden voor een bepaalde periode te sluiten indien er sprake is van een overtreding van de Opiumwet. Huurrechtelijk gezien geeft dat de verhuurder op grond van art. 7:231 lid 2 BW het recht de huurovereenkomst buitengerechtelijk te ontbinden. De ratio daarvan is dat de verhuurder daarmee zijn schade kan beperken. Aangezien de duur van de sluiting van het pand vaak langer duurt dan het effectueren van de buitengerechtelijke ontbinding (en het zo nodig voeren van een kort geding tot ontruiming), wordt dit doel in de praktijk vaak maar in beperkte mate gehaald. Dit terwijl een verhuurder als gevolg van een sluiting van zijn pand op grond van de Opiumwet geconfronteerd wordt met flinke schadeposten, zelfs als hem geen enkel verwijt kan worden gemaakt, ten aanzien waarvan bovendien de verhaalsmogelijkheden in de regel zeer beperkt zijn. Dit artikel beoogt inzicht te geven in de bevoegdheid van de burgemeester om tot sluiting van een pand over te gaan, waarbij ook aandacht zal worden besteed aan de nieuwe invulling van het overtredersbegrip, en in het recht van de verhuurder om in dat geval de huurovereenkomst buitengerechtelijk te ontbinden. Gelet op onze conclusie, dat een verhuurder als het tot een sluiting is gekomen nagenoeg altijd met de flinke rekening blijft zitten, sluiten we af met praktische tips voor een verhuurder om zoveel mogelijk grip te houden op de situatie, meer in het bijzonder op het gehuurde.