De Nederlandse antiwitwasregelgeving gaat ingrijpend op de schop. Met het Europese antiwitwaspakket verschuift het zwaartepunt van de nationale Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft) naar een rechtstreeks werkende Europese antiwitwasverordening, aangevuld met een nieuwe richtlijn en een Europese antiwitwas-toezichtautoriteit. De zesde antiwitwasrichtlijn moet in Nederlands recht worden omgezet; dat gebeurt met de voorgestelde Implementatiewet ter voorkoming van witwassen en terrorismefinanciering (Iwt), waarover de Afdeling advisering van de Raad van State op 12 augustus 2026 advies heeft uitgebracht. Dit artikel schetst waarom deze herziening nodig is en wat de Iwt in hoofdlijnen regelt. Daarbij worden vier onderdelen uitgelicht die in de uitwerking vragen oproepen: de verscherpte eisen aan trustkantoren, de uitbreiding van de bevoegdheden van de Financial Intelligence Unit (FIU), de nieuwe bevoegdheden van de Kamer van Koophandel (KvK) en de bestuursrechtelijke en strafrechtelijke handhaving. De rode draad is dat Nederland op verschillende punten verder gaat dan de antiwitwasverordening (AMLR) voorschrijft en dat de rechtsbescherming daarbij telkens de zwakke schakel is.
