74. Kantonrechter Rechtbank Rotterdam 31 maart 2016 (X), ECLI:NL:RBROT:2016:2550 (IR 2016/74)
Onder redactie van mr. M. van der Linden – Smit en mr. C.C.M. Kroeks – de Raaij Het artikel is in de opmaak van het tijdschrift rechts als pdf beschikbaar.Verbintenissenrecht, search engine optimization, dwaling, normale oplettendheid, reflexwerking
Door gedaagde is aangevoerd dat zij onjuist is ingelicht over de aangeboden dienst van X en/of haar verkoopmedewerker. Daarnaast heeft haar verklaring nooit overeengestemd met haar wil. Volgens gedaagde is zij, hobbyist/beginnende ondernemer (eenmanszaak als trouwfotografe), op een gegeven moment telefonisch benaderd door een verkoopmedewerker van X. Deze verkoopmedewerker sprak over een win-winsituatie in die zin dat X zorg zou dragen voor een toppositie van de website van gedaagde in Google, wat gegarandeerd zou zorgen voor meer rendement (het zogeheten Search Engine Optimization). In ruil daarvoor zou X gedaagde als referentie op haar website mogen opvoeren. Naar aanleiding van deze informatie nodigde gedaagde de verkoopmedewerker uit voor een gesprek bij haar thuis. Tijdens het gesprek werd het gedaagde duidelijk dat zij moest betalen voor de diensten van X. Zij gaf een aantal malen aan een leek te zijn op het gebied van SEO en geen interesse te hebben. Na lang aandringen en onder tijdsdruk tekende gedaagde de overeenkomst toch. Het betreft een standaardovereenkomst en over de inhoud is niet onderhandeld. Uit latere navraag is gebleken dat een hogere positie binnen Google helemaal niet op deze manier bereikt kan worden, aldus gedaagde. Door X is deze gang van zaken betwist.
Ook indien wordt uitgegaan van de juistheid van de stellingen van gedaagde over de gang van zaken met betrekking tot de totstandkoming van de overeenkomst, faalt het daarop gebaseerde beroep op dwaling. Een ondernemer, ook een startende, zal bij het voeren van onderhandelingen over een overeenkomst een normale oplettendheid aan de dag moeten leggen en zich tegen overvaltechnieken moeten wapenen. Gedaagde had erop bedacht moeten zijn dat mededelingen omtrent SEO er vooral op gericht waren haar over de streep te trekken. Met een normale oplettendheid had gedaagde kritische vragen kunnen stellen met betrekking tot SEO, zeker nu het haar tijdens het gesprek in ieder geval duidelijk was geworden dat het een betaalde dienst betrof met een redelijk lange contractduur dan wel had zij om bedenktijd kunnen vragen. Als haar deze tijd niet werd gegund, stond het haar vrij de overeenkomst niet aan te gaan. Zij had zich dienen te realiseren dat tussentijdse beëindiging van een dergelijke overeenkomst, zonder goede grond, voor haar tot (mogelijk aanzienlijke) kosten zou leiden. Een eventuele onjuiste voorstelling van zaken dient dan ook voor rekening van gedaagde te blijven.