Tijdschrift voor Curatoren 2019 nr. 1

Eigen aangifte faillietverklaring kwalificeert als kennelijk onbehoorlijk bestuur in de zin van artikel 2:248 BW - Annotatie Hoge Raad d.d. 21 december 2018 ECLI:NL:HR:2018:2370

mr. L. Krieckaert1

Artikel kopen € 39,50 excl. BTW

In plaats van abonneren kunt u dit artikel ook afzonderlijk kopen.

Eerder schreef ik in dit tijdschrift (TvCu 2017, nr. 5/6, p. 178) een annotatie bij de hofuitspraak die vooraf ging aan het hier te bespreken arrest van de Hoge Raad. Het betreft een vrij unieke zaak over bestuurdersaansprakelijkheid, waarin de centrale vraag is of enkel het indienen van en persisteren bij een eigen aangifte tot faillietverklaring kan leiden tot aansprakelijkheid van een bestuurder op grond van art. 2:248 BW. Het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch heeft die vraag in hoger beroep bevestigend beantwoord. De Hoge Raad sanctioneert dat oordeel, maar vernietigt het arrest van het gerechtshof uiteindelijk wel omdat een sub klacht over de voor aansprakelijkheid vereiste objectieve wetenschap van benadeling slaagt.

In deze bijdrage bespreek ik de lezenswaardige conclusie van A-G Timmerman2 en het oordeel van de Hoge Raad. Voor een weergave van de feiten die een rol hebben gespeeld in deze zaak verwijs ik naar h...

U heeft op dit moment geen toegang tot de volledige inhoud van het artikel. U kunt alleen de inleiding en hoofdstukindeling lezen.

Wanneer u volledige toegang wenst tot alle informatie kunt u zich abonneren op dit tijdschrift of inloggen als abonnee.


Verder in dit artikel:

1. Inleiding

2. Kennelijk onbehoorlijk bestuur

3. Causaal verband

4. Conclusie

Deel deze pagina:

Nog niet beoordeeld

Bijlage(n)

  • Bijlagen zijn alleen beschikbaar voor abonnees.

Artikel informatie

Type
Artikel
Auteurs
mr. L. Krieckaert1
Vermelding op rechtspraak.nl
ECLI:NL:HR:2018:2370
Auteursvermelding
Ik ben auteur van dit artikel
Datum artikel
Uniek Den Hollander publicatienummer
UDH:TvCu/15382

Verder in 2019 nr.1

 Eigen aangifte faillietverklaring kwalificeert als kennelijk onbehoorlijk bestuur in de zin van artikel 2:248 BW - Annotatie Hoge Raad d.d. 21 december 2018 ECLI:NL:HR:2018:2370

Eerder schreef ik in dit tijdschrift (TvCu 2017, nr. 5/6, p. 178) een annotatie bij de hofuitspraak die vooraf ging aan het hier te bespreken arrest van de Hoge Raad. Het betreft een ...

 De (stil) verpande vordering, hoe zat het ook alweer?

In bijna elk faillissement komt u het wel tegen: vorderingen van de schuldenaar op derden die (stil) verpand zijn aan banken, financieringsmaatschappijen of andere financiers. In de wet en (rece...

 Het voorontwerp ter implementatie van de richtlijn langetermijnbetrokkenheid aandeelhouders; een drempel voor of bewijs van paulianeus handelen?

Het Voorontwerp ter implementatie van de richtlijn langetermijnbetrokkenheid aandeelhouders (hierna: het ‘Voorontwerp’) betreft, evenals art. 2:381 lid 3 BW, (onder meer) transacties me...

 Enige beschouwingen naar aanleiding van Schepel en Miedema q.q./Rabobank - Hoge Raad 23 november 2018, ECLI:NL:HR:2018:2189

Het hiervoor afgedrukte arrest is een voorbeeld van rechtersrecht. De rechtsregel die de Hoge Raad ‘vindt’ staat nergens in de wet maar wordt door de Hoge Raad afgeleid uit het systeem ...

 Overzicht rechtspraak november en december 2018 en januari 2019

Rechtbank Rotterdam 1 november 2018, ECLI:NL:RBROT:2018:10921In het faillissement van X BV heeft de curator H BV in rechte betrokken, vanwege een al enige jaren voor de faillietverklaring ontstaan ...