Tijdschrift voor Curatoren

2019 nr. 1

Artikel

Eigen aangifte faillietverklaring kwalificeert als kennelijk onbehoorlijk bes...

mr. L. Krieckaert1

Eerder schreef ik in dit tijdschrift (TvCu 2017, nr. 5/6, p. 178) een annotatie bij de hofuitspraak die vooraf ging aan het hier te bespreken arrest van de Hoge Raad. Het betreft een vrij unieke zaak over bestuurdersaansprakelijkheid, waarin de centrale vraag is of enkel het indienen van en persisteren bij een eigen aangifte tot faillietverklaring kan leiden tot aansprakelijkheid van een bestuurder op grond van art. 2:248 BW. Het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch heeft die vraag in hoger beroep bevestigend beantwoord. De Hoge Raad sanct... abonneren of dit artikel kopen.

De (stil) verpande vordering, hoe zat het ook alweer?

mr. C. Vermeulen & J.W.H. Lemmen1

In bijna elk faillissement komt u het wel tegen: vorderingen van de schuldenaar op derden die (stil) verpand zijn aan banken, financieringsmaatschappijen of andere financiers. In de wet en (recente) rechtspraak is bepaald hoe een dergelijke verpanding tot stand komt, wat ertegen gedaan kan worden en welke inningsbevoegdheden de (stille) pandhouder heeft. In dit overzichtsartikel zetten de auteurs het toepasselijk wettelijk en jurisprudentieel kader uiteen. abonneren of dit artikel kopen.

Het voorontwerp ter implementatie van de richtlijn langetermijnbetrokkenheid ...

mr. M.A.L.M. Willems1

Het Voorontwerp ter implementatie van de richtlijn langetermijnbetrokkenheid aandeelhouders (hierna: het ‘Voorontwerp’) betreft, evenals art. 2:381 lid 3 BW, (onder meer) transacties met verbonden partijen. Doel van de regeling in het Voorontwerp is de bescherming van de belangen van de vennootschap en met name minderheidsaandeelhouders. De wijze waarop dit gebeurt, roept echter de vraag op of niet te zeer vanuit uitsluitend vennootschapsrechtelijk perspectief over het Voorontwerp is nagedacht. Met name één artikel(lid) uit het Voorontwerp roept vragen op. Deze bepal... abonneren of dit artikel kopen.

Enige beschouwingen naar aanleiding van Schepel en Miedema q.q./Rabobank - Ho...

mr. E. Loesberg1

Het hiervoor afgedrukte arrest is een voorbeeld van rechtersrecht. De rechtsregel die de Hoge Raad ‘vindt’ staat nergens in de wet maar wordt door de Hoge Raad afgeleid uit het systeem van de wet en uit de ‘doorrekening’ van eerdere uitspraken van hemzelf. Kort gezegd gaat het om de vraag of de bank voor vorderingen op een kredietnemer zich mag verhalen op het pandrecht op de vordering van de kredietnemer op de bank, in het geval de bank een schuld aan de kredietnemer krijgt als gevolg van een girale betaling op het moment dat zij weet dat het faillissement van ha... abonneren of dit artikel kopen.

Overzicht rechtspraak november en december 2018 en januari 2019

mr. J. Wind

Rechtbank Rotterdam 1 november 2018, ECLI:NL:RBROT:2018:10921In het faillissement van X BV heeft de curator H BV in rechte betrokken, vanwege een al enige jaren voor de faillietverklaring ontstaan dispuut over de uitvoering van een aannemingsovereenkomst en verrichte meerwerkzaamheden. De curator is van oordeel dat H BV € 2,5 mio. aan de boedel moet betalen.Bij brief van 16 mei 2018 heeft de curator de rechter-commissaris bericht dat H BV heeft ingestemd met een voorstel tot betaling van (ruim) € 1,3 mio. Dat voor... abonneren of dit artikel kopen.

Deel deze pagina:

Vorige edities

RSS