Tijdschrift voor Curatoren 2019 nr. 1

Enige beschouwingen naar aanleiding van Schepel en Miedema q.q./Rabobank - Hoge Raad 23 november 2018, ECLI:NL:HR:2018:2189

mr. E. Loesberg1

Artikel kopen € 39,50 excl. BTW

In plaats van abonneren kunt u dit artikel ook afzonderlijk kopen.

Het hiervoor afgedrukte arrest is een voorbeeld van rechtersrecht. De rechtsregel die de Hoge Raad ‘vindt’ staat nergens in de wet maar wordt door de Hoge Raad afgeleid uit het systeem van de wet en uit de ‘doorrekening’ van eerdere uitspraken van hemzelf. Kort gezegd gaat het om de vraag of de bank voor vorderingen op een kredietnemer zich mag verhalen op het pandrecht op de vordering van de kredietnemer op de bank, in het geval de bank een schuld aan de kredietnemer krijgt als gevolg van een girale betaling op het moment dat zij weet dat het faillissement van haar kredietnemer te verwachten valt. De Hoge Raad komt tot de conclusie dat dat niet kan, maar heeft voor die conclusie een aantal stappen nodig.

Bij verpanding van vordering op naam kunnen in het algemeen drie partijen worden onderscheiden. Een schuldeiser (A) heeft een vordering op een schuldenaar (B). Tevens heeft hij een schuld aan een schuldeiser van hemzelf (C). Als zekerheid voor de ...

U heeft op dit moment geen toegang tot de volledige inhoud van het artikel. U kunt alleen de inleiding en hoofdstukindeling lezen.

Wanneer u volledige toegang wenst tot alle informatie kunt u zich abonneren op dit tijdschrift of inloggen als abonnee.


Verder in dit artikel:

Deel deze pagina:

Nog niet beoordeeld

Bijlage(n)

  • Bijlagen zijn alleen beschikbaar voor abonnees.

Artikel informatie

Type
Artikel
Auteurs
mr. E. Loesberg1
Vermelding op rechtspraak.nl
ECLI:NL:HR:2018:2189
Auteursvermelding
Ik ben auteur van dit artikel
Datum artikel
Uniek Den Hollander publicatienummer
UDH:TvCu/15385

Verder in 2019 nr.1

 Eigen aangifte faillietverklaring kwalificeert als kennelijk onbehoorlijk bestuur in de zin van artikel 2:248 BW - Annotatie Hoge Raad d.d. 21 december 2018 ECLI:NL:HR:2018:2370

Eerder schreef ik in dit tijdschrift (TvCu 2017, nr. 5/6, p. 178) een annotatie bij de hofuitspraak die vooraf ging aan het hier te bespreken arrest van de Hoge Raad. Het betreft een ...

 De (stil) verpande vordering, hoe zat het ook alweer?

In bijna elk faillissement komt u het wel tegen: vorderingen van de schuldenaar op derden die (stil) verpand zijn aan banken, financieringsmaatschappijen of andere financiers. In de wet en (rece...

 Het voorontwerp ter implementatie van de richtlijn langetermijnbetrokkenheid aandeelhouders; een drempel voor of bewijs van paulianeus handelen?

Het Voorontwerp ter implementatie van de richtlijn langetermijnbetrokkenheid aandeelhouders (hierna: het ‘Voorontwerp’) betreft, evenals art. 2:381 lid 3 BW, (onder meer) transacties me...

 Enige beschouwingen naar aanleiding van Schepel en Miedema q.q./Rabobank - Hoge Raad 23 november 2018, ECLI:NL:HR:2018:2189

Het hiervoor afgedrukte arrest is een voorbeeld van rechtersrecht. De rechtsregel die de Hoge Raad ‘vindt’ staat nergens in de wet maar wordt door de Hoge Raad afgeleid uit het systeem ...

 Overzicht rechtspraak november en december 2018 en januari 2019

Rechtbank Rotterdam 1 november 2018, ECLI:NL:RBROT:2018:10921In het faillissement van X BV heeft de curator H BV in rechte betrokken, vanwege een al enige jaren voor de faillietverklaring ontstaan ...