Tijdschrift voor Agrarisch Recht 2019 nr. 3

De klimaattafel Landbouw en Landgebruik - Zijn de recepten die aan deze tafel bedacht zijn voor de reductie van uitstoot van koolstof (CO2) door de landbouw realistisch?

mr. W.H.G.A. Filott MPF De volledige inhoud van dit artikel inclusief eventuele afbeeldingen zal zo spoedig mogelijk beschikbaar worden gemaakt.

De uitstoot van koolstofdioxide (CO2) wordt gezien als een van de hoofdoorzaken van de opwarming van de atmosfeer en de daaruit voortvloeiende klimaatverandering. Daarover bestaat inmiddels consensus in wetenschappelijke zin. De wereldwijd gedragen zorgen om de gevolgen van de klimaatverandering hebben na de Klimaatconferentie van Parijs in 1915 geleid tot het Akkoord van Parijs. Dat akkoord is inmiddels door bijna tweehonderd landen onderschreven. De belangrijkste afspraak daarin is de opwarming van de aarde te beperken tot 2 graden Celsius met een streven naar 1,5 graad. Ook Nederland heeft zich aan dat akkoord gecommitteerd. Het huidige kabinet heeft als doelstelling geformuleerd om de uitstoot van broeikasgassen fors te verminderen. In 2030 zou die nog maar 49% mogen bedragen van de uitstoot in 1990. Het kabinet heeft voor het doen van voorstellen daartoe een overlegorgaan, het Klimaatberaad, onder voorzitterschap van Ed Nijpels in het leven geroepen. Op 21 december 2018 heeft Ed Nijpels aan Eric Wiebes, minister van Economische Zaken en Klimaat, een Ontwerp van het Klimaatakkoord aangeboden. Dit ontwerp is het resultaat van overleg aan vijf sectortafels, waaronder Landbouw en Landgebruik, een aantal taakgroepen en tientallen werkgroepen. Al met al waren meer dan honderd partijen bij het overleg betrokken. Een voorbeeld van een verschijnsel dat als typisch Nederlands wordt beschouwd: polderen.

Er zijn overigens wel klimaatsceptici en complotdenkers. Daartoe behoren ook politici zoals de Amerikaanse president die met zijn aankondiging dat de VS zich zal terugtrekken uit het Klimaatakkoord, een politieke troefkaart wil uitspelen. In Nederland is er een politicus die als mantra heeft dat de Nederlandse bijdrage aan het voorkomen van verdere opwarming van de atmosfeer 1000 miljard euro zal kosten en slechts zal leiden tot 0,00007 graad Celsius minder opwarming. Hij betitelde de Nederlandse bijdrage als absurd en waanzin. Hij hoort blijkbaar als een ezel zich zelf graag balken. Ik verdenk overigens deze politici ervan dat zij wel beter weten maar met hun stellingname politiek gewin proberen te verwerven.

Een van de sectortafels van het Klimaatberaad was Landbouw en Landgebruik. De resultaten van het overleg aan deze tafel zijn neergelegd in 33 pagina`s in het ontwerp met veel voorstellen die bij uitvoering verstrekkende gevolgen zullen hebben voor de agrarische sector in Nederland. De ambitie is dat door een veelheid aan maatregelen de uitstoot van CO2 door landbouw en landgebruik met ten minste 3,5 megaton verminderd wordt. De maatregelen zijn veel omvattend en ingrijpend en hebben betrekking op nagenoeg alle agrarische activiteiten. Een belangrijke focus van die maatregelen is verdergaande grondgebondenheid van agrarische bedrijven en sluiting van kringlopen. Voor een aantal sectoren zoals de melkveehouderij, de varkenshouderij en de glastuinbouwteelt zijn redelijk concrete doelstellingen en voorstellen geformuleerd. Datzelfde geldt ook voor landgebruik, in het bijzonder in veenweidegebieden, bossen en bomen en vollegrondteelt. De vraag is natuurlijk of de agrarische sector die maatregelen allemaal kan verschmerzen. De agrarische sector moet idealiter aan veel doelstellingen voldoen. Ik noem er hier een aantal: voedselzekerheid, voldoende, gevarieerde voedselproductie, veilig voedsel, betaalbare producten, dierenwelzijn, biodiversiteit, duurzaamheid, concurrentievermogen en last but not least een acceptabel inkomen voor agrariërs.

De Nederlandse landbouw staat op een hoog peil. Een groot deel van de agrarische productie wordt geëxporteerd en draagt daarmee bij aan de welvaart in dit land. Dat aan de huidige agrarische productiewijze negatieve aspecten verbonden zijn, wordt onderkend, ook door mij. Zie bijvoorbeeld mijn bijdragen aan deze rubriek over Bodemvruchtbaarheid (TvAR 2017, p. 355) en de Nitraatrichtlijn (TvAR 2018, p. 269). Er is overigens de laatste jaren al een behoorlijke vermindering van de uitstoot door de landbouw gerealiseerd. De voorstellen in het ontwerp beogen de ingeslagen route versneld te vervolgen. Ik citeer uit het ontwerp ‘De partijen in het domein landbouw en landgebruik (ook particuliere terreineigenaren en verpachters) hebben de ambitie om klimaatopgaven te realiseren binnen natuurlijke en economische randvoorwaarden, (verbetering van) biodiversiteit, adequate benadering van milieuthema`s en gezond verdienvermogen, en voedsel- en biomassaproductie.’ en ‘De realisatie van deze ambitie zal in de eerste plaats impact hebben op de dagelijkse bedrijfsvoering van landbouwers en tuinders en zal iedereen in Nederland raken, via effecten op de inrichting en kwaliteit van onze leefomgeving en mogelijk verandering in (voedsel)consumptie.

Een belangrijke punt bij de transitie van land- en tuinbouw naar de in het klimaatakkoord beschreven doelstellingen zijn de daarmee gemoeide kosten, de financierbaarheid en houdbaarheid. Er zullen vele miljarden euro`s aan publieke en private investeringen nodig zijn om de ambities, zoals die in het ontwerp zijn neergelegd, te realiseren. De agrarische sector zal daarvan het leeuwendeel voor zijn rekening moeten nemen. Professionele financiers zullen, evenals de agrariërs zelf, eisen stellen aan rentabiliteit en continuïteit van een bedrijf. Deze zijn mede afhankelijk van concurrentie uit andere landen en de bereidheid van consumenten om voor producten die afkomstig zijn van bedrijven die klimaatvriendelijk ondernemen (meer) te betalen. Ik voorzie daar problemen.

De voorstellen zullen noodwendig (moeten) resulteren in aanpassing van bestaande en in nieuwe wet- en regelgeving. De partijen die het akkoord hebben onderschreven zijn er zich volgens het ontwerp van bewust dat die aanpassingen niet in termen van een resultaatsverplichting kunnen worden verwoord. Daarvoor is vaak medewerking nodig van anderen die zich niet aan het akkoord hebben verbonden. Belangrijk is ook dat voor allerlei aanpassingen in bestaande en voor nieuwe regelgeving het initiatief en de besluitvorming bij de Europese Commissie liggen of dat daar haar medewerking voor nodig is. Mochten die veranderingen niet of niet tijdig gerealiseerd worden, dan hebben partijen afgesproken overleg te voeren om het doel alsnog te bereiken of om het ambitieniveau bij te stellen (bedoeld zal zijn: verlagen). Meer concreet zijn de volgende afspraken: de overheid past de Mededingingswet aan opdat samenwerking tussen bedrijven in de land- en tuinbouw wordt toegestaan. Bij achterblijvende resultaten zal de overheid via wet- en regelgeving ‘waarborgen’ inzetten. De vraag is natuurlijk wat die waarborgen zullen zijn. Deze afspraken zouden eind 2019 uitgewerkt en gereed zijn en aan het parlement ter behandeling worden aangeboden. Het minste wat ik hierover kan zeggen is dat de formulering van de voorgenomen regelgeving - geen resultaatsverbintenis – nogal vaag is en redelijk vrijblijvend klinkt. Ook voorzie ik bij de uitwerking van de concrete afspraken nog heel wat beren op de weg. Ook het tijdspad lijkt mij erg optimistisch geschat.

Mijn conclusie is dat in ieder geval er weer nieuwe regelgeving voor de agrarische sector zal komen. Die zal (wederom) niet altijd duidelijk zijn. Dat leidt ertoe dat er een vruchtbare voedingsbodem is en blijft voor werk van agrarischrechtelijk georiënteerde juristen.

Terug naar de vraagstelling: de recepten, de voorstellen in het ontwerp, zijn op papier veelbelovend en zeker de moeite waard om te proberen daar voor de agrarische sector goed verteerbare en smaakvolle gerechten van te maken. Of dat lukt is, gelet op de ingrijpende gevolgen, de vraag. Het resultaat zal in ieder geval niet iedereen smaken. Of zoals het spreekwoord zegt: er is nog nooit een kok gevonden die koken kan voor alle monden.

Ten slotte: de in mijn ogen meest effectieve maatregel om (verdere) opwarming van de aarde tegen te gaan – en overigens ook een mogelijke oplossing voor andere problemen - is beperking van de groei van de wereldbevolking; blijkbaar een (te) heikel onderwerp.

Deel deze pagina:

Nog niet beoordeeld

Bijlage(n)

  • Bijlagen zijn alleen beschikbaar voor abonnees.

Artikel informatie

Type
Overig
Auteurs
mr. W.H.G.A. Filott MPF
Auteursvermelding
Ik ben auteur van dit artikel
Datum artikel
Uniek Den Hollander publicatienummer
UDH:TvAR/15423

Verder in 2019 nr.3

 De klimaattafel Landbouw en Landgebruik - Zijn de recepten die aan deze tafel bedacht zijn voor de reductie van uitstoot van koolstof (CO2) door de landbouw realistisch?

De uitstoot van koolstofdioxide (CO2) wordt gezien als een van de hoofdoorzaken van de opwarming van de atmosfeer en de daaruit voortvloeiende klimaatverandering. Daarover bestaat inmiddels consens...

 Eigendom in de agrarische sector: geen rustig bezit

Het fundamentele recht op eigendom[2] kan op steeds meer belangstelling rekenen in de agrarische sector, omdat overheden steeds vaker lijken te tornen aan het eigendom van boeren. Voorbeelden va...

 Boekbespreking - ProducentenOrganisatie als erkend kartel. Ruimte voor samenwerking in de landbouw

Proefschrift van Maria Litjens, in 2018 in eigen beheer uitgegeven, ISBN 978-94-034-0957-3; het proefschrift is door de auteur in het openbaar verdedigd op 13 september 2018 aan de Rijksuniversi...