Tijdschrift voor Sanctierecht & Onderneming Straf- en bestuursrechtelijke handhaving van financieel-economisch recht 2020 nr. 1

Voorwoord

mr. R. van der Hoeven1 Het volledige en opgemaakte artikel zoals het is gepubliceerd in het tijdschrift zal zo spoedig mogelijk beschikbaar worden gemaakt.

‘Sorry seems to be the hardest word’

Naast de gebruikelijke actualiteiten rubrieken (economisch strafrecht, fiscaal sanctierecht, ontneming, toezichthouders, witwassen en financieel strafrecht) bevat deze aflevering onder meer een artikel over de invloed van spijtbetuigingen op de strafmaat in fiscale strafzaken. Ik verwijs u daar graag naar, maar plaats hieronder een aantal algemene opmerkingen over roep om spijtbetuigingen die almaar sterker lijkt te worden.

De pleger van een strafbaar feit verstoort met zijn daad de relatie met het slachtoffer en met de maatschappij. Dat geeft de officier van justitie het recht om de gebeurtenis te onderzoeken, daarbij zo nodig vergaande inbreuken op het privéleven van de verdachte te maken en de zaak ter beoordeling aan de strafrechter voor te leggen. Concludeert de rechter dat voldoende en overtuigend bewijs aanwezig is, dan komt hij voor de vraag te staan welke straf of maatregel hij passend vindt. Wat 'passend' is wordt bepaald door de ernst van het feit, de gevolgen van het feit (voor het slachtoffer, nabestaanden en voor de maatschappij) en de toegebrachte schade, de maximale straf, de omstandigheden waaronder het feit plaatsvond en de persoon van de dader. De afweging van wat 'passend' is ligt uiteindelijk bij de onafhankelijke rechter. De vraag of het passend is de zaak niet aan de rechter voor te leggen maar met de verdachte een schikking aan te gaan ligt bij het openbaar ministerie, die bij de beantwoording van die vraag dezelfde factoren zal wegen.

De persoon van de verdachte kan die afweging langs drie sporen negatief dan wel positief beïnvloeden. Zijn historie en persoonlijkheid kunnen verklaren waarom hij tot zijn daad is gekomen. Die persoonlijkheid en zijn persoonlijke omstandigheden kunnen ook aanwijzingen geven voor het antwoord op de vraag of, en in hoeverre, van deze verdachte een herhaling te verwachten valt. Tenslotte is voor alle betrokkenen (rechter, slachtoffer en maatschappij) van belang of de verdachte het kwalijke van zijn handelen inziet. Heeft de verdachte spijt? Dit is niet alleen van belang voor de inschatting van het gevaar voor recidive, maar speelt ook een grote rol bij de vraag of de verstoorde relatie met het slachtoffer dan wel het geschonden vertrouwen van de maatschappij in de verdachte, zo veel als mogelijk, is te herstellen.

Een oprechte spijtbetuiging vergroot de mogelijkheid tot een alternatieve afdoening of tot strafvermindering. Art. 51h wetboek van strafvordering schrijft voor dat het openbaar ministerie bevordert dat de politie in een zo vroeg mogelijk stadium het slachtoffer en de verdachte wijst op mogelijkheden tot herstelrecht, waaronder bemiddeling. Een vorm van spijtbetuiging is meestal een onmisbaar onderdeel van een succesvolle bemiddeling. Een succesvolle bemiddeling kan ertoe leiden dat de officier van justitie de zaak niet aan de rechter voorlegt. Doet hij dat toch (die keuze heeft hij), dan moet de rechter met een succesvolle bemiddeling rekening houden bij het opleggen van een straf of maatregel. Overwogen wordt bij de herziening van het wetboek van strafvordering een vergelijkbare toepassing van herstelrecht mogelijk te maken in de fase van de strafzitting indien dit voorafgaande aan de zitting nog niet is geprobeerd maar de verdachte en het slachtoffer er (inmiddels) wel rijp voor lijken. Een spijtbetuiging kan er ook zonder een officieel bemiddelingstraject toe leiden dat de officier van justitie bereid is te spreken over een schikking of transactie.

Spijtbetuigingen spelen ook buiten het strafrecht een belangrijke rol. In elke relatie gebeurt weleens wat en dat wordt dan uiteindelijk vaak weer bijgelegd. Soms is daar een spijtbetuiging van een der partijen voor nodig. Niet zelden vormt de vraag wie van de partijen zijn spijt moet betuigen, en wie dat dan als eerste moet doen, een zelfstandig, nieuw discussiepunt. Bert van Leeuwen, van het tv-programma ‘Het familiediner’, kan erover mee praten. Het enkele uiten van ‘sorry’ is meestal niet genoeg of kan zelfs tot extra irritatie en wantrouwen leiden. In de jaren negentig betuigde de ene na de andere bewindspersoon spijt als hij of zijn ambtenaren een fout hadden gemaakt, maar koppelde daaraan niet de consequentie om af te treden. Jan Marijnissen introduceerde hiervoor destijds de term 'sorry-democratie'. Daarmee gaf hij aan dat een te gemakkelijk gebruik van 'sorry' geen recht doet aan waar het werkelijk om gaat. Namelijk het nemen van echte verantwoordelijkheid voor de gemaakte fout. Oprechte excuses dus. Daarbij hoort veelal het verbinden van consequenties. Zoals herstel van schade. Het vinden van de werkelijke oorzaken. Maatregelen om herhaling te voorkomen.

Slachtoffers willen het liefst ‘oprechte spijt’ horen. Maar een spijtbetuiging is onderdeel van een ingewikkeld taalspel. Aan de kant van de verdachte ontbreken vaak de vaardigheden om überhaupt over spijt te spreken, laat staan om zijn gedachten en gevoel zodanig onder woorden te brengen dat het slachtoffer dit als oprechte spijt verstaat. Aan de andere kant hebben slachtoffers vaak heel verschillende gedachten over wat 'oprechte' spijt inhoudt en hoe een spijtbetuiging er in het concrete geval uit moet zien om als acceptabel over te komen.2 De steviger positie die het slachtoffer in het strafproces heeft gekregen heeft ook meer aandacht voor de spijtbetuiging gebracht. Slachtoffers wensen – begrijpelijk – vaak dat de verdachte een schuldbewuste, invoelende en oprechte spijtbetuiging aanlevert. Het enkele uitspreken van 'sorry' is vaak niet genoeg. Daarbij zijn slachtoffers wel afhankelijk van de persoon van de verdachte. Dat kan gemakkelijk leiden tot (te) hooggespannen verwachtingen en – vervolgens - teleurstellingen. Soms tot nieuwe pijn en wraakzucht. Denk hierbij aan de zaak van de Utrechtse tramschutter die – bewust of onbewust – in woord en gebaar duidelijk maakte dat van hem geen enkele vorm van spijt of uitleg te verwachten valt, hoezeer deze zaak juist om (enige) uitleg vraagt.

De maatschappij lijkt met name van ondernemingen die in de fout zijn gegaan nadrukkelijker oprechte excuses te eisen. Excuses van een nogal abstract lichaam als een onderneming spreken sowieso minder snel aan. Het bevestigt bij velen eerder dat een onderneming met veel geld simpel 'sorry' kan zeggen, de strafzaak 'afkoopt' en vervolgens weer over gaat tot de orde van de dag. Dit lijkt een rol te hebben gespeeld bij de commotie die ontstond rond de ING-schikking (september 2018), waarbij geen natuurlijk persoon als verdachte werd aangemerkt en de reactie van ING in termen van spijt nogal mager was. Een 'oprecht sorry' van een verdachte onderneming vereist dan ook een zorgvuldige voorbereiding en meer dan alleen woorden. Medewerking aan het onderzoek, bijvoorbeeld. Het tonen van een zeker schuldbewustzijn. Het treffen van organisatorische of andere maatregelen om herhaling te voorkomen. Verbeteren van de cultuur. Openstaan voor herhaalde controle op de naleving van afgesproken voorwaarden.

Niet makkelijk, maar Elton John zong het in 1976 al: ‘Sorry seems to be the hardest word’.

Deel deze pagina:

Nog niet beoordeeld

Bijlage(n)

  • Bijlagen zijn alleen beschikbaar voor abonnees.

Artikel informatie

Type
Overig
Auteurs
mr. R. van der Hoeven1
Auteursvermelding
Ik ben auteur van dit artikel
Datum artikel
Uniek Den Hollander publicatienummer
UDH:TvSO/16073

Verder in 2020 nr.1

 Voorwoord

‘Sorry seems to be the hardest word’ Naast de gebruikelijke actualiteiten rubrieken (economisch strafrecht, fiscaal sanctierecht, ontneming, toezichthouders, witwassen en financieel st...

 De invloed van spijtbetuigingen op de strafmaat in fiscale strafzaken

'Het spijt me, vergeef me. Anders kan ik het niet zeggen. Er valt van alles uit te leggen.' Deze spijtbetuiging werd pakkend bezongen door Anita Meijer, maar zou ook goed door een verda...

 Brexit: gevolgen voor het veiligheidsdomein - Opinie

De Brexit is sinds 31 januari 2020 een feit. Het Verenigd Koninkrijk (hierna: VK) is geen lid meer van de Europese Unie (hierna: EU). Brexit is een gebeurtenis met grote impact op de Britse en N...