Tijdschrift voor Internetrecht 2019 nr. 1

Redactioneel - euh-Privacy?

mr. M.T.M.H. Peeters1 De volledige inhoud van dit artikel inclusief eventuele afbeeldingen zal zo spoedig mogelijk beschikbaar worden gemaakt.

Dat dit jaar belangrijk gaat worden voor de komende periode in de EU mag wel duidelijk zijn. Het Britse Parlement drijft langzaam maar vastberaden nog verder weg van het Europese vasteland, terwijl May ijverig met haar ‘deal’ het koninkrijk voor anker probeert te leggen. Maar in het geweld van het Britse vertrek is het gemakkelijk te vergeten dat we dit jaar ook naar de stembus mogen om een nieuw Europees Parlement (EP) te kiezen, met een volgende politieke verschuiving als resultaat. Dat gaat gevolgen hebben voor lopende dossiers, zoals de e-Privacy Verordening (ePV) waar dit themanummer over gaat.

Door de versplintering van de politiek in de lidstaten van Europa de afgelopen jaren, zullen ook in het EP de kaarten opnieuw worden geschud. De centrumrechtse EPP zal de grootste partij blijven, maar wel kleiner worden. Tel daar een verwacht verlies voor de sociaaldemocraten bij op, en de samenwerking van de EPP met de S&D zal voor het eerst in de geschiedenis van het gekozen parlement waarschijnlijk geen meerderheid meer opleveren. Dat is mede dankzij de brede opkomst van het rechts-nationalisme, dat ook in het EP gevolg krijgt. Er zullen dus na de verkiezingen waarschijnlijk nieuwe coalities moeten worden gesmeed.

In het kielzog van een nieuw parlement zwaait ook de Europese Commissie dit jaar af. Dat betekent onder andere dat het ‘Digital Single Market’-programma ten einde loopt, het ambitieuze plan waarvan de Commissie inschatte dat het jaarlijks €415 miljard voor de Europese economieën zou opleveren en in potentie honderdduizenden nieuwe banen kon creëren. Los van de vraag of uitgekomen is, het heeft in elk geval een grote hoeveelheid wetsvoorstellen opgeleverd.

Een van die wetsvoorstellen is dus de ePV. Deze verordening moet de oude richtlijn vervangen die gegevensbescherming rondom elektronische communicatie waarborgt. Die wetgeving komt uit 2002 en is in een digitale wereld hoogbejaard. Een levensverlengende aanpassing in 2009 leidt helaas voornamelijk tot een haast onneembare cookiemuur – eentje waar het Witte Huis anno 2019 jaloers van wordt.

In januari 2017 kwam de Commissie eindelijk met de conceptverordening. Deze maakt onder andere de inhoud van communicatie nog meer geheim en past die regel nu ook toe op diensten op het internet (WhatsApp, Gmail, etc.), metagegevens mogen voor meer doelen worden verwerkt, maar dan wel onder de voorwaarde van expliciete toestemming, en de keuze voor wel of geen cookies moet verplicht via de browser instellingen worden geregeld. De Commissie is voorspelbaar enthousiast over het eigen voorstel en spoort het Parlement en de Raad van de EU aan dat ook te zijn. De boel moet namelijk wel even voor eind mei 2018 door het wetgevingsproces geloodst worden, want dan wordt de AVG van toepassing.

Het loopt allemaal behoorlijk anders. Het Parlement kan het slechts met de grootst mogelijke ruzie, en de kleinst mogelijke marge, eens worden over een rapport in oktober 2017 – stevige amendementen inbegrepen. En de Raad is zelfs na twee jaar vergaderen nog ver verwijderd van een gemeenschappelijk standpunt. Kijkend naar de inhoud is dat niet echt verbazingwekkend. De lidstaten willen antwoord op rake vragen. Hoe is de samenloop tussen dit voorstel en de AVG? En wat is het effect van de voorgenomen regulering op nieuwe technologie zoals IoT en 5G toepassingen? Vragen waar de Commissie geen duidelijke antwoorden op heeft gegeven, tot grote ergernis van betrokkenen. Roemenië heeft nu als nieuwe voorzitter braaf de ambitie uitgesproken tot een gemeenschappelijk standpunt te willen komen en vervolgens aan een eerste triloog te beginnen, nog voor de verkiezingen.

Het valt maar te bezien wat daarvan terecht gaat komen. Normaal gesproken kan de Raad in een verkiezingsjaar in relatieve rust doorwerken. De samenstelling verandert namelijk maar mondjesmaat, bijvoorbeeld als er een nieuwe regering in een lidstaat aantreedt. Maar dat is natuurlijk anders als een van de belangrijkste lidstaten op dramatische wijze vertrekt. Bovendien zullen de andere Europese instituten voor een groot deel van het jaar de telefoon niet opnemen, en op het moment dat ze wel weer doen is het maar de vraag wie er dan aan de lijn komt.

En dus lijkt het jaar voor e-Privacy al voorbij voordat het goed en wel begonnen is. Alvast de beste wensen voor 2020.

Deel deze pagina:

Nog niet beoordeeld

Bijlage(n)

  • Bijlagen zijn alleen beschikbaar voor abonnees.

Artikel informatie

Type
Overig
Auteurs
mr. M.T.M.H. Peeters1
Auteursvermelding
Ik ben auteur van dit artikel
Datum artikel
Uniek Den Hollander publicatienummer
UDH:IR/15374

Verder in 2019 nr.1

 Redactioneel - euh-Privacy?

Dat dit jaar belangrijk gaat worden voor de komende periode in de EU mag wel duidelijk zijn. Het Britse Parlement drijft langzaam maar vastberaden nog verder weg van het Europese vasteland, terwijl...

 Over the top: Het voorstel voor de Europese e-Privacyverordening (het vervolg) - Hatch: “How do you sustain a business model in which users don’t pay for your service?” Zuckerberg: “Senator, we run ads” *smiles*2

Het voorstel voor de e-Privacyverordening (EPV, in het Engels EPR[3]) werd in januari 2017 door de Europese Commissie gepubliceerd. De gedachte was dat de EPV in het kielzog van de Algemene Verorde...

 Een vooruitblik: De cookieregels in het voorstel voor de e-Privacy Verordening

De Algemene verordening gegevensbescherming[2] (AVG), die op 25 mei 2018 van toepassing werd, betekende een eerste belangrijke stap in de richting van uniforme regelgeving voor gegevens...

 ePrivacy verordening – Europa op de goede weg? - Opinie

Op 10 januari 2017 is door de Europese Commissie een eerste voorstel gepubliceerd van de ePrivacy verordening[2] (‘Verordening’), ter vervanging van de gelijknamige richtlijn uit 2002 die laatsteli...