Tijdschrift voor Sanctierecht & Onderneming Straf- en bestuursrechtelijke handhaving van financieel-economisch recht 2019 nr. 4

Enkele gedachten over de voorwaardelijke bestuurlijke boete in het financieel-economische handhavingsrecht

mr. dr. drs. B. van der Vorm1

Artikel kopen € 39,50 excl. BTW

In plaats van abonneren kunt u dit artikel ook afzonderlijk kopen.

Tegenwoordig bestaat weer veel aandacht voor de afstemming tussen bestuurlijke en strafrechtelijke handhaving. Ondanks de ontwikkeling van inhoudelijke en procedurewaarborgen die van toepassing zijn op de bestuurlijke boete, blijkt dat nadere afstemming tussen de oplegging van de bestuurlijke boete en strafrechtelijke sanctionering nodig is, zo blijkt uit het Nader rapport bestuurlijke boetestelsels.2 Uit het Nader rapport bestuurlijke boetestelsels blijkt dat er drie aspecten zijn, waar nadrukkelijk aandacht aan wordt besteed, namelijk de harmonisatie van de boetehoogtes, de keuze tussen het bestuursrecht en het strafrecht en de onderlinge afstemming tussen de boetehoogtes. Het is het kabinet een doorn in het oog dat in voorkomende gevallen de boete die de strafrechter kan opleggen, lager is dan de bestuurlijke boete die het bestuursorgaan kan opleggen. Nadere harmonisatie is dus gewenst, aldus het kabinet.3

Uit de praktijk blijkt dat bestuurlijke ...

U heeft op dit moment geen toegang tot de volledige inhoud van het artikel. U kunt alleen de inleiding en hoofdstukindeling lezen.

Wanneer u volledige toegang wenst tot alle informatie kunt u zich abonneren op dit tijdschrift of inloggen als abonnee.


Verder in dit artikel:

1. Inleiding

2. De sanctiemodaliteit van de voorwaardelijke bestuurlijke boete

2.1. De betekenis van artikel 14a Sr voor de geldboete

2.2. De strekking van artikel 5:40 Awb

2.3. Een pleidooi voor de voorwaardelijke bestuurlijke boete?

3. De bestuurlijke boete en de vervangende hechtenis

3.1. De betekenis van artikel 24c Sr voor de geldboete

3.2. Een pleidooi voor de oplegging van bestuurlijke boete met een vervangende hechtenis?

4. De strekking van artikel 113 Grondwet

5. Ontwikkelingen in de modernisering van het Wetboek van Strafvordering: de voorwaardelijke strafbeschikking?

6. Tot slot

Deel deze pagina:

Nog niet beoordeeld

Bijlage(n)

  • Bijlagen zijn alleen beschikbaar voor abonnees.

Artikel informatie

Type
Artikel
Auteurs
mr. dr. drs. B. van der Vorm1
Auteursvermelding
Ik ben auteur van dit artikel
Datum artikel
Uniek Den Hollander publicatienummer
UDH:TvSO/15788

Verder in 2019 nr.4

 Voorwoord

De hoge en bijzondere transacties blijven de gemoederen bezig houden. Schreven in de vorige editie Verhage en ’t Sas een zeer lezenswaardige bijdrage over de aanstaande rechterlijke toets van...

 De interne besluitvorming van het Openbaar Ministerie in gevoelige zaken en hoge transacties: een geschikte procedure?

Met name in het bijzonder strafrecht worden strafrechtelijke vervolgingen vaak getransigeerd. ‘Hoge’ en ‘bijzondere’ transacties[2] kunnen rekenen op veel aandacht. Niet alleen van prof...

 Corporate enforcement in het Nederlandse strafrecht

In mei van dit jaar verscheen op de website van Mr. een bijdrage waarin gesproken werd over de verhoudingen tussen het Openbaar Ministerie (OM)/de FIOD en de advocatuur in het kader van...

 Het verschoningsrecht, de toekomst met vertrouwen tegemoet?

1. Het verschoningsrecht: een voortdurende discussieHet verschoningsrecht is een terugkerend onderwerp van discussie waar ook kort geleden door het OM en de FIOD weer de aandacht voor is gevraagd.[...

 Enkele gedachten over de voorwaardelijke bestuurlijke boete in het financieel-economische handhavingsrecht

Tegenwoordig bestaat weer veel aandacht voor de afstemming tussen bestuurlijke en strafrechtelijke handhaving. Ondanks de ontwikkeling van inhoudelijke en procedurewaarborgen die van to...

 Hoofdelijkheid bij bestuurlijke boetes; een (terecht) eind aan jarenlange praktijk? - Een artikelnoot bij de uitspraak van het College van Beroep voor het bedrijfsleven van 5 februari 2019, ECLI:NL:CBB:2019:47

‘6.12.3 Bij het beoordelen van de evenredigheid van de opgelegde boete betrekt het College ambtshalve dat ACM niet aan elk van de drie betrokkenen – de onderneming (een rechtspersoon) en de persone...