Tijdschrift voor Huurrecht Bedrijfsruimte 2016 nr. 6

Voorwoord

Christiaan Toorman De volledige inhoud van dit artikel inclusief eventuele afbeeldingen zal zo spoedig mogelijk beschikbaar worden gemaakt.

In dit laatste nummer van 2016 staat het ROZ-model nog een laatste keer centraal.

Ivette Mol schrijft over de regeling van onderhuur in het ROZ-model. Haar artikel maakt duidelijk dat het ROZ-model weliswaar verhuurdersvriendelijk is, maar dat de verhuurder dit vaak nog zal moeten aanscherpen. Spiegelbeeld daarvan is dat de huurder die zich wil verzekeren van de mogelijkheid om onder te verhuren, zal moeten proberen om meer vrijheid te bedingen en daarom geen genoegen kan nemen met de standaardtekst. Het artikel geeft een goed beeld van zowel de onzekerheden die ontstaan bij het hanteren van de standaardtekst als van de mogelijkheid om die problemen door een aanvullend beding te voorkomen.

In de bijdrage van Tonnie Valkenaars wordt de regeling van de onderzoeksplicht van de huurder behandeld. Tegen de achtergrond van de richtinggevende uitspraken van de Hoge Raad in de zaken Offringa/Vinck (onderzoeksplicht bij koop) en KPN/Tamminga (onderzoeksplicht bij huur), waarin het zwaartepunt is komen te liggen bij op de verantwoordelijkheid van de verkoper respectievelijk de verhuurder, heeft de toepasselijke ROZ-bepaling zich ontwikkeld tot een min of meer transparante regeling. Valkenaars schetst welke problemen toch nog kunnen ontstaan en wijst aan waar huurder en verhuurder bij het gebruik van het ROZ-model daarom nog tot een zinvolle aanvulling kunnen komen.

Arnout van der Hilst schrijft over de regeling van een aantal onderwerpen in het ROZ-model: bodemverontreiniging, (het onthouden van) toestemming, organisatiewijziging en servicekosten. Interessant is de door Van der Hilst aangehaalde jurisprudentie over het weigeren van toestemming voor een bepaalde winkelformule, die bijvoorbeeld aan de orde kan komen als een onderhuurder een ander assortiment wil kiezen. De rechter lijkt in de aangehaalde zaken de weigering door de huurder vaak redelijk te vinden, maar er zijn uitzonderingen die voor verhuurders aanleiding kunnen zijn om aan het ROZ-model een striktere regeling toe te voegen over wat zij wel en niet zullen toestaan.

Mark van Heeren laat in zijn bijdrage zien welke andere modellen er naast het ROZ-model nog worden gebruikt en in hoe de modellen ten opzichte van elkaar verschillen. Het laat zich raden dat in de modellen van grotere institutionele beleggers andere keuzes besloten liggen dan in het model van de detaillisten van de Raad Nederlandse Detailhandel. Bij bijvoorbeeld de gebrekenregeling en de indeplaatsstelling leidt dit tot wezenlijk andere oplossingen. Bij de afwijking van de wettelijke regeling van de indeplaatsstelling in de verhuurderscontracten stelt Van Heeren terecht de vraag of deze afwijking niet de positie van de verhuurder benadeelt en dus in strijd is met de dwingendrechtelijke wettelijke regeling.

Egbert Schelhaas belicht welke problemen er op bestuursrechtelijk gebied kunnen ontstaan door toedoen van een verhuurder. Denk met name aan bestuursrechtelijke sancties na ontdekking van hennepkwekerijen, maar ook aan het niet voldoen aan het Bouwbesluit en dan in het bijzonder in gevallen waarin de brandveiligheid in het geding is.

Tot slot kondig ik aan dat in het eerste nummer van 2017 zal worden teruggekeken op het interessante congres over strategisch procederen in het huurrecht. Onder meer de bijdragen van de sprekers mr. Wesseling-Van Gent en mr. Van der Wiel zullen daarin zijn terug te vinden, net als een verslag van het debat over wat strategisch procederen inhoudt.

Nathalie Amiel zal in januari 2017 na tijdelijke afwezigheid de voorzittershamer weer van mij overnemen en ik neem dan afscheid als redactielid, reden waarom ik hierbij de redactie bedank voor de langdurige en prettige samenwerking en de lezers bedank voor hun belangstelling voor TvHB in de afgelopen jaren. Ik zal TvHB in de komende jaren met bijzondere aandacht blijven volgen en ik hoop natuurlijk dat de lezers dit ook zullen doen!

Deel deze pagina:

Nog niet beoordeeld

Bijlage(n)

  • Bijlagen zijn alleen beschikbaar voor abonnees.

Artikel informatie

Type
Overig
Auteurs
Christiaan Toorman
Auteursvermelding
Ik ben auteur van dit artikel
Datum artikel
Uniek Den Hollander publicatienummer
UDH:TvHB/13780

Verder in 2016 nr.6

 Bestuursrechtelijke complicaties voor de verhuurder en hoe hennep telende huurders bestuursrechtelijke risico’s voor verhuurders opleveren

Een belangrijk uitgangspunt van verhuurders bij het sluiten van (bedrijfsruimte)huurovereenkomsten is dat de huurder verantwoordelijk is voor zijn eigen handelen. Een verhuurder wil niet geconfr...

 Variaties op het ROZ-model huurovereenkomst winkelruimte

De modelhuurovereenkomsten van de Raad voor Onroerende Zaken (hierna: ROZ) zijn niet meer uit de vastgoedpraktijk in Nederland weg te denken. Velen beschouwen deze modellen als de standaard. Doo...

 ROZ-modellen; overige onderwerpen (bodemverontreiniging, onthouden van toestemming, organisatiewijzigingen en servicekosten)

Begin 2015 is er door de Raad voor Onroerende Zaken (hierna: ROZ) een nieuw ROZ-model (met bijbehorende algemene bepalingen) uitgebracht voor de huur van bedrijfsruimte ex art. 7:230a BW (hierna...

 De onderzoeksplicht van de huurder in de ROZ-modellen

Naar aanleiding van het verschijnen van het nieuwe ROZ-model voor bedrijfsruimte 230a in 2015[2] is in dit tijdschrift een reeks artikelen gestart.In deze bijdrage staan de algemene bepalin...

 Onderhuur door de ROZ jaren heen

In deze bijdrage wordt aandacht besteed aan de ontwikkeling (of niet) van het ‘onderhuur’ artikel in de algemene voorwaarden van de Raad voor Onroerende zaken (hierna ROZ) vanaf 1989 tot en met ...

 Voorwoord

In dit laatste nummer van 2016 staat het ROZ-model nog een laatste keer centraal. Ivette Mol schrijft over de regeling van onderhuur in het ROZ-model. Haar artikel maakt duidelijk dat he...