Tijdschrift voor Huurrecht Bedrijfsruimte 2016 nr. 6

Rechtbank Midden-Nederland, sector kanton, locatie Amersfoort (kort geding) - 10 augustus 2016 - ECLI:NL:RBMNE:2016:4511 (TvHB 2016/24)

A. Wijnans36

Artikel kopen € 39,50 excl. BTW

In plaats van abonneren kunt u dit artikel ook afzonderlijk kopen.

Samenvatting

Beëindiging, kwalificatie, doorwerking woonregime onderhuur op hoofdhuurrelatie

Verhuurder heeft aan de huurder een bedrijfsruimte verhuurd. De bedrijfsruimte is bestemd om te worden gebruikt als kamerverhuurbedrijf. De huurder heeft in het gehuurde twee zelfstandige en zeven onzelfstandige woningen gerealiseerd en heeft deze woningen onderverhuurd. In mei 2016 overlijdt de huurder. De verhuurder stelt daarop dat, gelet op het Zonshofje I arrest van de Hoge Raad, op de hoofdhuurovereenkomst het woonruimterecht van toepassing is. Daarom is volgens de verhuurder op grond van art. 7:268 lid 6 BW de hoofdhuurovereenkomst geëindigd, nu er geen partijen zijn die de huurovereenkomst krachtens dit artikel kunnen voortzetten. De rechtbank oordeelt dat de verhuurder een te ruime uitleg van het Zonshofje I arrest voorstaat. Het Zonshofje I arrest strekt tot bescherming van de belangen van de onderhuurders van de woonruimte. Nu aan de belangen van de ...

U heeft op dit moment geen toegang tot de volledige inhoud van het artikel. U kunt alleen de inleiding en hoofdstukindeling lezen.

Wanneer u volledige toegang wenst tot alle informatie kunt u zich abonneren op dit tijdschrift of inloggen als abonnee.


Verder in dit artikel:

Samenvatting

Voorzieningenrechter

2 De feiten

3 Het geschil

4 De beoordeling

5 De beslissing

Commentaar

Deel deze pagina:

Nog niet beoordeeld

Bijlage(n)

  • Bijlagen zijn alleen beschikbaar voor abonnees.

Artikel informatie

Type
Jurisprudentie
Auteurs
A. Wijnans36
Vermelding op rechtspraak.nl
ECLI:NL:RBMNE:2016:4511
Auteursvermelding
Ik ben auteur van dit artikel
Datum artikel
Uniek Den Hollander publicatienummer
UDH:TvHB/13789

Verder in 2016 nr.6

 Bestuursrechtelijke complicaties voor de verhuurder en hoe hennep telende huurders bestuursrechtelijke risico’s voor verhuurders opleveren

Een belangrijk uitgangspunt van verhuurders bij het sluiten van (bedrijfsruimte)huurovereenkomsten is dat de huurder verantwoordelijk is voor zijn eigen handelen. Een verhuurder wil niet geconfr...

 Variaties op het ROZ-model huurovereenkomst winkelruimte

De modelhuurovereenkomsten van de Raad voor Onroerende Zaken (hierna: ROZ) zijn niet meer uit de vastgoedpraktijk in Nederland weg te denken. Velen beschouwen deze modellen als de standaard. Doo...

 ROZ-modellen; overige onderwerpen (bodemverontreiniging, onthouden van toestemming, organisatiewijzigingen en servicekosten)

Begin 2015 is er door de Raad voor Onroerende Zaken (hierna: ROZ) een nieuw ROZ-model (met bijbehorende algemene bepalingen) uitgebracht voor de huur van bedrijfsruimte ex art. 7:230a BW (hierna...

 De onderzoeksplicht van de huurder in de ROZ-modellen

Naar aanleiding van het verschijnen van het nieuwe ROZ-model voor bedrijfsruimte 230a in 2015[2] is in dit tijdschrift een reeks artikelen gestart.In deze bijdrage staan de algemene bepalin...

 Onderhuur door de ROZ jaren heen

In deze bijdrage wordt aandacht besteed aan de ontwikkeling (of niet) van het ‘onderhuur’ artikel in de algemene voorwaarden van de Raad voor Onroerende zaken (hierna ROZ) vanaf 1989 tot en met ...

 Voorwoord

In dit laatste nummer van 2016 staat het ROZ-model nog een laatste keer centraal. Ivette Mol schrijft over de regeling van onderhuur in het ROZ-model. Haar artikel maakt duidelijk dat he...