Tijdschrift voor Huurrecht Bedrijfsruimte 2016 nr. 6

Gerechtshof 's-Hertogenbosch 12 juli 2016, ECLI:NL:GHSHE:2016:2820 , Beëindiging, procesrecht, uitleg, opzegging, bewijslast, ontvangsttheorie

mr. J.M. Winter-Bossink en mr. N. Amiel1

Artikel kopen € 39,50 excl. BTW

In plaats van abonneren kunt u dit artikel ook afzonderlijk kopen.

De huurder van bedrijfsruimte heeft de huurovereenkomst per aangetekende brief tijdig opgezegd. De verhuurder betwist de betreffende brief te hebben ontvangen en stelt dat de huurovereenkomst niet tijdig is opgezegd en dus is verlengd. In eerste aanleg oordeelde de kantonrechter dat de huurder voldoende aannemelijk had gemaakt dat de opzeggingsbrief aangetekend was verzonden naar het juiste adres en dat de brief mede gelet op de gebruikelijke gang van zaken bij het aanbieden van aangetekende brieven ook daadwerkelijk tijdig op het adres was aangeboden. Het gerechtshof vernietigt dit oordeel van de kantonrechter en overweegt dat een gebruikelijke handelwijze ten aanzien van het aanbieden van aangetekende poststukken nog niet betekent dat in deze specifieke situatie ook zo is gehandeld. De verzender van een aangetekende brief zal de ontvangst door de geadresseerde nog steeds moeten bewijzen. Volgens het gerechtshof is de huurder niet geslaagd in zijn bewijsopdracht dat de opzegging...

U heeft op dit moment geen toegang tot de volledige inhoud van het artikel. U kunt alleen de inleiding en hoofdstukindeling lezen.

Wanneer u volledige toegang wenst tot alle informatie kunt u zich abonneren op dit tijdschrift of inloggen als abonnee.


Verder in dit artikel:

Deel deze pagina:

Nog niet beoordeeld

Bijlage(n)

  • Bijlagen zijn alleen beschikbaar voor abonnees.

Artikel informatie

Type
Jurisprudentie
Auteurs
mr. J.M. Winter-Bossink en mr. N. Amiel1
Vermelding op rechtspraak.nl
ECLI:NL:GHSHE:2016:2820
Auteursvermelding
Ik ben auteur van dit artikel
Datum artikel
Uniek Den Hollander publicatienummer
UDH:TvHB/13901

Verder in 2016 nr.6

 Bestuursrechtelijke complicaties voor de verhuurder en hoe hennep telende huurders bestuursrechtelijke risico’s voor verhuurders opleveren

Een belangrijk uitgangspunt van verhuurders bij het sluiten van (bedrijfsruimte)huurovereenkomsten is dat de huurder verantwoordelijk is voor zijn eigen handelen. Een verhuurder wil niet geconfr...

 Variaties op het ROZ-model huurovereenkomst winkelruimte

De modelhuurovereenkomsten van de Raad voor Onroerende Zaken (hierna: ROZ) zijn niet meer uit de vastgoedpraktijk in Nederland weg te denken. Velen beschouwen deze modellen als de standaard. Doo...

 ROZ-modellen; overige onderwerpen (bodemverontreiniging, onthouden van toestemming, organisatiewijzigingen en servicekosten)

Begin 2015 is er door de Raad voor Onroerende Zaken (hierna: ROZ) een nieuw ROZ-model (met bijbehorende algemene bepalingen) uitgebracht voor de huur van bedrijfsruimte ex art. 7:230a BW (hierna...

 De onderzoeksplicht van de huurder in de ROZ-modellen

Naar aanleiding van het verschijnen van het nieuwe ROZ-model voor bedrijfsruimte 230a in 2015[2] is in dit tijdschrift een reeks artikelen gestart.In deze bijdrage staan de algemene bepalin...

 Onderhuur door de ROZ jaren heen

In deze bijdrage wordt aandacht besteed aan de ontwikkeling (of niet) van het ‘onderhuur’ artikel in de algemene voorwaarden van de Raad voor Onroerende zaken (hierna ROZ) vanaf 1989 tot en met ...

 Voorwoord

In dit laatste nummer van 2016 staat het ROZ-model nog een laatste keer centraal. Ivette Mol schrijft over de regeling van onderhuur in het ROZ-model. Haar artikel maakt duidelijk dat he...