Tijdschrift voor Jaarrekeningenrecht 2019 nr. 2

Eigen vermogen of vreemd vermogen: hoe moeilijk kan het zijn?

mr. dr. C.J.A. van Geffen1 Het volledige en opgemaakte artikel zoals het is gepubliceerd in het tijdschrift zal zo spoedig mogelijk beschikbaar worden gemaakt.

In de financiële verslaggeving is de balans een weergave van de bezittingen en schulden van de onderneming. Aan de debetzijde staan de activa (bezittingen) en aan de creditzijde de passiva (schulden) van de onderneming. Omdat de bedrijfseconomische balans letterlijk ‘in balans’ moet zijn is het boekhoudkundig niet zo moeilijk: het verschil tussen de schulden (vreemd vermogen) en de bezittingen is per definitie de restpost/balanspost eigen vermogen.

Het is interessant te bedenken dat er de afgelopen jaren vele internationale verslaggevingstandaarden zijn ontwikkeld door de IASC en opvolger IASB – IAS/IFRS – over eigenlijk iedere post op de balans, winst-en-verliesrekening of andere overzichten (zoals kasstroomoverzicht). Voor iedere materiële post is een dergelijke internationale verslaggevingsstandaard ontwikkeld. Uiteraard is ook in internationale verslaggevingstandaarden het ‘eigen vermogen’ (equity) een zeer belangrijke balanspost. Men zou dus verwachten dat de IASB voor die post ‘equity’ een specifieke standaard ontwikkeld zou hebben. Niet dus: er is, ondanks een poging daartoe,2 geen IAS/IFRS aangaande equity ontwikkeld. Dat klinkt minder raar als bedacht wordt dat dit volgens bovengenoemde ratio van de ‘balans’ strikt genomen ook niet nodig is. Immers, indien in IAS/IFRS alle overige balansposten (waaronder vreemd vermogen: ‘liabilities’) is geregeld, zal het residu/verschil per definitie ‘equity’ zijn. Daar is geen speld tussen te krijgen en er is dus ook geen aparte standaard voor nodig.

Er is nog een andere reden waarom de poging tot ontwikkeling van een internationale verslaggevingstandaard voor equity niet mogelijk bleek. Vanzelfsprekend heeft equity/eigen vermogen een sterke juridische connotatie. Bij een onderneming die als kapitaalvennootschap rechtspersoonlijkheid bezit, wordt het letterlijke ‘eigen vermogen’ allereerst ingebracht door aandeelhouders, later aangevuld door onder meer reservering en dit kan vervolgens – onder omstandigheden – aan de aandeelhouders worden uitgekeerd. Het eigen vermogen van de rechtspersoon is daarmee tevens een ‘buffer’ voor crediteuren, omdat deze verhaal hebben op het vermogen van de rechtspersoon en niet op de ‘achterliggende’ leden/aandeelhouders.

In juridisch opzicht zijn er tussen de diverse landen/jurisdicties aanzienlijke verschillen in het rechtspersonen- en vennootschapsrecht. De wetgeving aangaande vorming/bescherming van eigen vermogen is geregeld in nationaal recht. Voor vennootschapsrecht is er naast nationaal recht soms ‘communautaire’ wetgeving, zoals in de EU-lidstaten, maar er bestaan binnen vennootschapsrecht géén ‘internationale’ of mondiale standaarden zoals de IFRS dat in bedrijfseconomisch opzicht wél (beogen te) zijn. Dat is naar mijn idee ook een groot knelpunt van de juridische inbedding van IFRS in het Europese (jaarrekeningen)recht, want traditioneel (sinds 1977/1978) regelen de EU-richtlijnen onder meer bescherming van eigen vermogen van kapitaalvennootschappen. Kortom: enerzijds kán of wil IFRS (zie boven) zich niet bezig houden met (bescherming van) eigen vermogen, hetgeen op basis van EU-richtlijnen is geregeld in ons nationale recht, maar anderzijds werken deze IFRS-regels via de IAS-Verordening (sinds 2005) ontegenzeggelijk wel door in het eigen vermogen; dus ook in vorming, omvang en besluitvorming over uitkering daarvan.3

Terug naar de hoofdvraag: eigen of vreemd vermogen, dat kan toch niet moeilijk zijn? Toch wel. Dat het ook in ons land niet altijd eenvoudig is om te bepalen of iets in de balans moet worden opgenomen als eigen vermogen of vreemd vermogen wordt in deze aflevering van TvJ treffend geïllustreerd. Ten eerste in de heldere bespreking van Krol van een recente uitspraak van de Ondernemingskamer in een jaarrekeningprocedure (GGN Holding NV).4 In deze casus werd de hamvraag over rubricering (van een overeenkomst tot inkoop van de aandelen) als eigen of vreemd vermogen in de jaarrekening door de bestuurders van de NV, evenals de controlerend accountant, anders benaderd en beantwoord dan (achteraf) door de OK. De rechtsoverwegingen van de Ondernemingskamer en de annotatie van Krol zijn bijzonder interessant.

In een ander artikel in deze aflevering van TvJ geeft Camfferman een fraai overzicht van de ontwikkelingen in externe verslaggeving op dit terrein. Hij beschrijft hierin dat de Raad voor de Jaarverslaggeving (RJ) in RJ-bundel 2018 is teruggekomen op een eerder standpunt dat de RJ in 2005, bij invoering van IFRS, heeft geformuleerd. Daar waar de RJ kort gezegd sinds 2005 voorschreef dat op de balans in de enkelvoudige jaarrekening altijd de ‘juridische vorm’ bepalend was voor classificatie als eigen of vreemd vermogen, heeft de RJ dit standpunt in 2018 verlaten: ook de ‘economische realiteit’ kan onder omstandigheden worden gehanteerd voor de classificatie als eigen of vreemd vermogen in de enkelvoudige jaarrekening.5 Camfferman steunt de RJ hierin, maar beargumenteert dat de RJ nog één stap verder zou kunnen gaan, een vervolgstap die (nog) beter aansluit bij internationale ontwikkelingen (IFRS).

Daarmee komen we op die internationale ontwikkelingen. Een bijzonder belangrijke ontwikkeling wordt in deze aflevering van TvJ beschreven door Hoogendoorn: het in 2018 door de IASB gepubliceerde geheel vernieuwde ‘Conceptual Framework’ (CF). Dat is een mijlpaal; niet alleen is aan het vernieuwde CF langer dan tien jaar gewerkt, bovendien betreft dit een soort ‘statuten’ of ‘grondwet’ van de IASB. Het CF behandelt alle belangrijke onderwerpen aangaande (ontwikkeling van) internationale verslaggevingstandaarden. Nou ja, bijna alle, want enige moeilijke kwesties zijn min of meer vooruitgeschoven (to-be-decided). Dit zijn kwesties als bovengenoemde vermogens- c.q. kapitaalbescherming (capital maintenance) én het onderscheid tussen eigen en vreemd vermogen (equity vs. liability). Dat laatste onderscheid is dus blijkbaar moeilijker dan men zou denken, vooral bij financiële instrumenten. Daarover heeft de IASB recent diverse discussies gevoerd en een Discussion Paper uitgebracht.6 Hier zal in een van de volgende afleveringen van TvJ nader op worden ingegaan.

Deel deze pagina:

Nog niet beoordeeld

Bijlage(n)

  • Bijlagen zijn alleen beschikbaar voor abonnees.

Artikel informatie

Type
Overig
Auteurs
mr. dr. C.J.A. van Geffen1
Auteursvermelding
Ik ben auteur van dit artikel
Datum artikel
Uniek Den Hollander publicatienummer
UDH:TvJ/15575

Verder in 2019 nr.2

 Eigen vermogen of vreemd vermogen: hoe moeilijk kan het zijn?

In de financiële verslaggeving is de balans een weergave van de bezittingen en schulden van de onderneming. Aan de debetzijde staan de activa (bezittingen) en aan de creditzijde de passiva (sc...

 Het belang van de impairment-toets op immateriële vaste activa in de ontwikkelingsfase

In 2016 heeft de Accountantskamer geoordeeld over de controlewerkzaamheden rond de activering van een intern vervaardigd softwaresysteem (AK 16/1441). Daarbij kwam mede naar voren dat o...

 Het nieuwe Conceptual Framework van de IASB

In maart 2018 heeft de International Accounting Standards Board (IASB) het ‘Conceptual Framework for Financial Reporting’ gepubliceerd.[3] Dit Conceptual Framework (CF) geeft een overzicht...

 Eigen vermogen en vreemd vermogen in de enkelvoudige jaarrekening volgens de Richtlijnen voor de jaarverslaggeving

In de actuele versie van de Richtlijnen voor de jaarverslaggeving gelden voor de enkelvoudige jaarrekening andere criteria dan voor de geconsolideerde jaarrekening wat betreft de classi...

 Praktijkvraag - De ‘verzamelwetswijziging’ uit september 2018 is over het hoofd gezien; wat nu?

Begin 2019 ontstond een gerucht dat er in de zomer van 2018 plots een onaangekondigde wetswijziging was doorgevoerd in enige bepalingen in Titel 9 Boek 2 BW. Het bijzondere aan deze wijziging was d...

 Annotatie - OK-beschikking jaarrekeningprocedure GGN Holding N.V.

Op 28 juni 2018 oordeelde de Ondernemingskamer (OK) dat de jaarrekening 2016 van GGN Brabant Beheer B.V. moet worden herzien (OK 28 juni 2018, TvJ 2018, nr. 5). Deze annotatie heeft betrekking o...