Tijdschrift voor Financieel Recht 2020 nr. 5

Gaat de maximale kredietvergoeding omlaag?

mr. R.E. Labeur Het volledige en opgemaakte artikel zoals het is gepubliceerd in het tijdschrift zal zo spoedig mogelijk beschikbaar worden gemaakt.

Iemand zei me een tijdje geleden dat een deel van het financiële toezichtrecht luxeregelgeving is. Alleen omdat we ons niet druk hoeven te maken over extreme honger of een vijandig leger, hebben we tijd om ons bezig te houden met bijvoorbeeld de vraag onder welke voorwaarden aanbrengvergoedingen onder het provisieverbod moeten vallen, of met het inrichten van uitgebreide Wwft-procedures voor vrijgestelde betaaldienstverleners en fondsbeheerders. De uitspraak was misschien wat gekscherend bedoeld, maar dringt zich toch aan me op nu ik een voorwoord schrijf in een beklemmende tijd waarin alles in het teken staan van de volksgezondheid. Dan is het niet makkelijk de aandacht te richten op ontwikkelingen die weliswaar belangrijk, maar van een andere orde zijn. Toch gaat dit voorwoord over zo’n ontwikkeling: Het lopende onderzoek van het Ministerie van Financiën naar de consequenties van een verlaging van de maximale kredietvergoeding.1

Sinds 1 maart 2000 is het in Nederland niet toegestaan een hogere rente op jaarbasis in rekening te brengen voor een consumptief krediet dan de wettelijke rente, verhoogd met een door de wetgever vastgestelde (risico)opslag. Die opslag is opgenomen in art. 4 van het Besluit kredietvergoeding.2 De opslag ging in 2000 van start met 17 procentpunten. Op 1 juli 2006 werd een forse verlaging doorgevoerd, naar 12 procentpunten. De strijd die de Nederlandse Thuiswinkelorganisatie daar destijds tegen voerde, heeft voor haar niet mogen baten.3 Het lijkt erop dat de Nederlandse webwinkels zich moeten gaan voorbereiden op een nieuw gevecht.

De wettelijke rente is op dit moment 2%. Dat leidt nu dus tot een maximale kredietvergoeding van 14%. Vooral aanbieders van relatief kleine kredieten benutten het wettelijk maximum vaak bijna of zelfs ten volle om hun kredietkosten te kunnen dekken. Binnen Nederland betreft dat bijvoorbeeld de aanbieders van wat vroeger postorderkredieten werden genoemd; tegenwoordig beter bekend als verzendhuiskredieten, of gewoonweg webwinkelkredieten. Andersoortige marktpartijen rekenen door onderlinge concurrentie vaak een iets lagere vergoeding dan het toegestane maximum. Een lagere risico-opslag betekent dat kredietaanbieders selectiever zullen worden bij de acceptatie van kredietklanten. Er is immers minder ruimte om het risico op wanbetaling op te vangen. Een verlaging van de maximale kredietvergoeding wordt daarom ook wel als een middel gezien dat kan bijdragen aan het terugdringen van problematische schuldsituaties. Daaraan is in Nederland al sinds jaar en dag helaas geen tekort.

Specifiek webwinkelkredieten baren de AFM en minister van Financiën al enige tijd zorgen vanwege de opvallend hoge percentages betalingsachterstanden in die sector.4 De aandacht hiervoor heeft inmiddels geleid tot een aantal maatregelen die webwinkels hebben getroffen. Zo zijn webwinkels inmiddels aangesloten bij de strengere leennormen uit de VFN gedragscode, moet vaker extra informatie (zoals loonstroken) wordt ingezameld om de door de consument opgegeven financiële situatie te verifiëren en hebben webwinkels hun leenomgeving deels aangepast om nudging richting krediet ongedaan te maken. Verder ziet de AFM toe op de naleving van de product governance regels.5 Kredietaanbieders moeten in hun proces van productontwikkeling onderbouwen waarom een kredietproduct kostenefficiënt, nuttig, veilig en begrijpelijk is voor de consument. Dat is bij kredieten met een maximale rente niet zomaar een gegeven, en al helemaal niet waar het doorlopende kredieten betreft en/of kredieten die de levensduur van het gefinancierde product overstijgen.

Intussen klinkt de roep vanuit de Tweede Kamer om een verdere verlaging van de maximale kredietvergoeding sinds 20186 steeds luider. Dit jaar zijn daar bijvoorbeeld alweer twee moties over ingediend. De Kamerleden Krol en Van Brenk (50Plus) stellen in hun motie van half januari dit jaar dat, gezien de sterk gedaalde rente, de huidige maximale kredietvergoeding voor consumenten extreem hoog is. Zij verzoeken de minister om de risico-opslag te verlagen.7 Deze (aangenomen) motie heeft de minister aangezet tot een onderzoek naar de consequenties van een verlaging van de maximale kredietvergoeding. De planning is vooralsnog om de Kamer rond deze zomer te informeren over de uitkomsten daarvan. De Kamerleden Van Dijk (SP) en Peters (CDA) verzoeken in hun motie van 5 maart dit jaar ook weer om een verlaging, maar dan specifiek voor webwinkels. De motie houdt in dat online winkels in het Besluit kredietvergoeding als aparte categorie opgenomen worden met een drastische verlaging van de risico-opslag naar 2%.8 De minister heeft deze Kamerleden in antwoord daarop gevraagd de motie aan te houden in verband met het lopende onderzoek,9 maar daaraan is geen gehoor gegeven.10

Voor webwinkels is de vraag nu cruciaal in hoeverre de al genomen maatregelen het percentage betalingsachterstanden hebben weten terug te dringen. Dat wil de minister aan het einde van dit jaar beoordelen. Op dat moment zal de minister ook beslissen of aanvullende maatregelen nodig zijn. Daarover zullen de Tweede Kamer en de AFM hun zegje uiteraard ook doen. Het debat moet nog gevoerd worden, op basis van informatie die nu nog niet bekend is: de uitkomsten van het onderzoek naar de gevolgen van een verlaging van de kredietvergoeding en het effect van reeds getroffen maatregelen op betalingsachterstanden. Het zou goed kunnen dat corona-effecten ook nog op allerlei manieren gaan meespelen, zoals dat voor heel veel onderwerpen in de toekomst het geval zal zijn. Zo hebben de Kamerleden leden Alkaya en Leijten (beiden SP) op 31 maart j.l. aan de minister van Financiën een aantal vragen gesteld, waaronder de vraag of de minister van plan is ‘de burger bij te staan en de banken dwingen tot goed gedrag door te zorgen voor een tijdelijke verlaging van de maximale kredietvergoeding op consumptief krediet naar 0%?’11 Hoewel de achtergrond en de intentie van deze suggestie duidelijk zijn, kan de tegenvraag worden gesteld of het te laagdrempelig maken van krediet niet teveel aanspoort tot het onnodig ‘kopen op de pof’ en het stapelen van schulden. Tegen dat effect moeten dan ook weer maatregelen worden getroffen.

Dit alles maakt de uitkomst van het debat extra onvoorspelbaar. De huidige risico-opslag zal haar derde lustrum in juli 2021 nog wel gaan halen. Maar op nog een jubileum zou ik niet durven gokken.

Deel deze pagina:

Nog niet beoordeeld

Bijlage(n)

  • Bijlagen zijn alleen beschikbaar voor abonnees.

Artikel informatie

Type
Overig
Auteurs
mr. R.E. Labeur
Auteursvermelding
Ik ben auteur van dit artikel
Datum artikel
Uniek Den Hollander publicatienummer
UDH:FR/16113

Verder in 2020 nr.5

 Gaat de maximale kredietvergoeding omlaag?

Iemand zei me een tijdje geleden dat een deel van het financiële toezichtrecht luxeregelgeving is. Alleen omdat we ons niet druk hoeven te maken over extreme honger of een vijandig leger, hebb...

 Kwalitatieve kapitaalvereisten voor financiële ondernemingen

Dit artikel gaat over de zogenaamde kwalitatieve kapitaalvereisten voor financiële ondernemingen. Deze eisen strekken er toe dat kapitaal van de financiële onderneming ook daadwerkelijk beschikb...

 De impact van de Wtt 2018 voor de reikwijdte van gereguleerde trustdiensten

De Wet toezicht trustkantoren 2018 (hierna: Wtt 2018)[2] heeft veel gebracht, waaronder discussie over de reikwijdte van de gereguleerde trustdiensten. In dit artikel wordt de reikwijdte van de ...

 PSD2 een jaar in praktijk

De Herziene Richtlijn betaaldiensten (hierna: PSD2) is in Nederland inmiddels een jaar in werking. PSD2 introduceerde twee nieuwe betaaldiensten: de betaalinitiatie- en rekeninginformatiedienst....

 Reactie op ‘Impact van het coronavirus op het financiële stelsel’ van Gerard Kastelein in FR 2020, nr. 4: Over Covid-19, Black Swans, Gray Rhinos en andere dieren

In het vorige nummer van dit tijdschrift schreef Gerard Kastelein een lezenswaardig voorwoord over de invloed van de coronavirus-uitbraak op het financiële stelsel, en welke problemen dit opleve...

 Rondom het Nieuws - Corona, krediet en kapitalisme

De crisis die het coronavirus (COVID-19) veroorzaakt, raakt iedereen en vraagt het uiterste van velen. Patiënten, artsen en ondernemers, maar ook academici en advocaten zetten alle zeilen bij om te...