Tijdschrift voor Agrarisch Recht 2020 nr. 9

We modderen voort

mr. E.H.M. Harbers Het volledige en opgemaakte artikel zoals het is gepubliceerd in het tijdschrift, is rechts als pdf beschikbaar.

In het juli/augustusnummer van dit tijdschrift stelde Bruil de vraag ‘Hoe verder met de pacht’? Helaas geeft de wetgever nog steeds geen antwoord op die vraag.

Bij het opnemen van de pachtregelgeving in het Burgerlijk Wetboek in 2007 kondigde de minister aan dat er in overleg met de praktijk een meer fundamentele herziening zou worden voorbereid. De wetswijziging werd destijds in anderhalf jaar door de Tweede en Eerste Kamer geloodst, onder meer omdat er een oplossing gevonden moest worden voor de aflopende mogelijkheid om eenmalige pachtovereenkomsten te sluiten (in 1995 ingevoerd, met een maximumtermijn van 12 jaar). Dat was aanleiding voor een relatief snelle invoering van nieuwe wetgeving. Helaas is die snelheid niet doorgezet. De wet zou na 5 jaar geëvalueerd worden, het evaluatierapport verscheen na 7 jaar in 2014. Daarna zijn er initiatieven geweest om belangenorganisaties tot een gezamenlijk gedragen voorstel te krijgen (akkoorden van Spelderholt 2014-2016). Vervolgens was de wetgever aan zet.

Inmiddels zijn we vier jaar verder en gebeurt er op wetgevingsgebied niets althans niets zichtbaars. In de Kamerbrief van 22 maart 2019 over de herziening van het pachtbeleid werd aangekondigd dat dat jaar een conceptwetsvoorstel in consultatie zou worden gedaan. Bij de begroting in najaar 2019 werd nog een zelfde aankondiging gedaan. U weet het, er gebeurde wat met stikstof, en in 2019 kwam er geen ontwerp voor nieuwe pachtregelgeving. Daarna dook het coronavirus op en het bleef opnieuw stil rondom de pacht.

Recent heeft de minister laten zien dat zij de pacht nog niet vergeten is. In het bij Kamerbrief van 3 september 2020 (DGA-PRV/20183599) toegezonden overzicht over de beleidsinzet voor de kringlooplandbouw (Eerste resultatenoverzicht realisatieplan – Op weg met nieuw perspectief: Van visie naar resultaten) licht zij een tipje van de sluier op over het vervolg van de pachtwetgeving. In hoofdstuk 2 (Resultaten beleidsinzet voor visie LNV) wordt bij het in uitvoering zijnde beleid aangekondigd dat een nieuw pachtbeleid ertoe moet bijdragen dat pachtende boeren kunnen investeren in het bedrijf en de bodem en dat (jonge) boeren meer mogelijkheden moeten krijgen om via pacht een gezond bedrijf op te bouwen. De minister meldt vervolgens dat door onder meer de coronacrisis het dossier vertraging heeft opgelopen en dat het de verwachting is dat het wetsvoorstel niet eerder dan in de eerste helft van 2021 kan worden geconsulteerd. Dat zou mogelijk betekenen dat een volgend kabinet (na de verkiezingen in maart 2020) dat moet gaan doen en verdere vertraging ligt daarmee op de loer.

Het is wellicht begrijpelijk dat tegen de achtergrond van de stikstof- en coronaproblematiek op het ministerie van LNV de scope niet volledig op de wijziging van de pachtwetgeving is gericht, die ook al ingewikkeld is. Echter de tijd begint eerdere voorstellen weer in te halen en belangenorganisaties berijden weer hun eigen stokpaardjes; het is jammer dat de onduidelijkheid over nieuwe wetgeving nog blijft.

Tegelijkertijd is de markt bezig met mogelijkheden om binnen de bestaande wetgeving oplossingen te vinden waar de praktijk behoefte aan heeft, zoals bijvoorbeeld de mogelijkheden om binnen bestaande of nieuwe rechtsverhoudingen duurzame pachtvoorwaarden af te spreken. Zoals we in de uitspraak over het glyfosaatverbod hebben gezien, moet de Centrale Grondkamer aan de hand van de huidige wetgeving toetsen of dit verbod als buitensporig kan worden beschouwd (art. 7:319 lid 1 aanhef onder b BW). Alhoewel in die uitspraak staat dat die toetsing terughoudend is, worden wel alle omstandigheden gewogen en is in die uitspraak nadrukkelijk aangegeven dat het niet betekent dat in alle gevallen een glyfosaatverbod kan worden opgenomen. Verder zou mogelijk in art. 7:326 BW een aanknopingspunt gevonden kunnen worden. Dat artikel bepaalt dat pachter of verpachter de grondkamer kunnen verzoeken om bepalingen van de pachtovereenkomst te herzien. De mogelijkheden van dit artikel lijken echter beperkt, gelet op het toetsingskader (het moet gaan om bijzondere omstandigheden van het geval en er mag geen redelijk belang van de andere partij zich tegen verzetten). Alternatief is verder het aanbieden van een nieuwe pachtovereenkomst en als de pachter dat niet accepteert, de pachtovereenkomst opzeggen wegens het niet aanvaarden van een redelijk aanbod (art. 7:370 lid 1 onder d), waarmee getoetst kan worden of het een redelijk aanbod is. Dat is echter in juridische zin nog redelijk onontgonnen gebied.

Mede ook gelet op de uitgangspunten in de Kamerbrief van 22 maart 2019 dat in de pachtwetgeving ook aandacht komt voor goed bodemgebruik is het zeer wenselijk dat de wetgeving niet lang meer op zich laat wachten. Daarmee komt er hopelijk een stevig fundament voor de komende decennia en hoeven we niet langer door te modderen.

Deel deze pagina:

Nog niet beoordeeld

Bijlage(n)

Artikel informatie

Type
Overig
Auteurs
mr. E.H.M. Harbers
Auteursvermelding
Ik ben auteur van dit artikel
Datum artikel
Uniek Den Hollander publicatienummer
UDH:TvAR/16312

Verder in 2020 nr.9

 We modderen voort

In het juli/augustusnummer van dit tijdschrift stelde Bruil de vraag ‘Hoe verder met de pacht’? Helaas geeft de wetgever nog steeds geen antwoord op die vraag. Bij het opnemen van de p...

 Over erfdienstbaarheden, titelzuivering en buurwegen bij herverkaveling

Dat een herverkaveling gevolgen kan hebben voor (het voortbestaan van) erfdienstbaarheden is doorgaans wel bekend, maar dat deze gevolgen zich ook kunnen uitstrekken buiten het herverkavelingsbl...

 Windturbines: ‘nieuw voor oud’ en ‘oud voor nieuw’, gedoogplicht en onteigening anno 2020

In 2018 heb ik een preadvies mogen uitbrengen voor de Jaarvergadering 2018 van de Vereniging van Agrarisch Recht. In mijn preadvies ‘Windturbines: ‘nieuw voor oud’ en ‘oud voor nieuw’, gedoogpli...

 Ontbinding van de landbouwmaatschap wegens gewichtige redenen

Afgelopen jaar bezocht ik de door het IAR georganiseerde cursus ‘Maatschapscontracten in de landbouw’. In deze (overigens uitstekende) cursus lag de nadruk bij de fiscaliteit en de bedr...