Tijdschrift voor Jaarrekeningenrecht 2020 nr. 4

Bestuursverslag: opvallend pleidooi hoogleraren ondernemingsrecht en mogelijke EU-standaarden voor niet-financiële informatie

mr. dr. C.J.A. van Geffen 1 Het volledige en opgemaakte artikel zoals het is gepubliceerd in het tijdschrift, is rechts als pdf beschikbaar.

In het Tijdschrift voor Jaarrekeningenrecht wordt aandacht besteed aan het brede spectrum rondom de jaarrekening en andere (jaar)rapportages. Dus niet alleen financiële verslaggeving, jurisprudentie of ontwikkelingen rondom (het toezicht op) accountantsorganisaties en/of het accountancyrecht, maar ook aangrenzende gebieden als (corporate) governance en verantwoording door bestuurders/commissarissen (‘those charged with governance’) komen geregeld in het tijdschrift aan de orde. Dit alles zoals ingebed in het Nederlandse en Europese ondernemingsrecht.

Recent zijn er enkele zeer interessante initiatieven voor een mogelijke modernisering van het ondernemingsrecht ondernomen, waarvan ik hieronder een tweetal kort wil aanstippen. Dit ook omdat deze initiatieven wijzen op het steeds grotere belang van en toenemende informatieverschaffing in het ‘verslag van het bestuur’. Dit in relatie tot de ‘traditionele’ jaarrekening en het ‘bedrijfseconomische’ streven naar (uitsluitend: financiële) winstmaximalisatie. Het kan worden verwacht dat deze initiatieven en daaruit voortvloeiende discussies op afzienbare termijn hun weerslag zullen gaan vinden in het (jaarrekeningenrechtelijke deel van het) ondernemingsrecht. Dit hetzij in ‘soft law’ (bijvoorbeeld in de Nederlandse corporate governance code of door de Europese Commissie daartoe opgestelde richtsnoeren) of in ‘hard law’ (bijvoorbeeld in communautaire of nationale wetgeving). Het kenmerk van beide initiatieven is dat daarbij niet geheel toevallig eenzelfde aanknopingspunt wordt gevonden: het bestuursverslag.

Allereerst het opvallende pleidooi dat onlangs in Nederland is gehouden door een grote groep Nederlandse hoogleraren ondernemingsrecht.2 In de kern betreft dit een voorstel om de taakopdracht van bestuurders en commissarissen te verruimen met de introductie van ‘responsible corporate citizenship’ in die zin dat door de vennootschap aan het maatschappelijk verkeer behoort te worden deelgenomen als een verantwoordelijke vennootschap. Ook wordt voorgesteld om, naar Frans voorbeeld, in Boek 2 BW op te nemen dat de vennootschap een statutaire bestaansgrond (‘raison d’être’) formuleert. In de statuten worden dan het uiteindelijke doel en de leidende beginselen van de vennootschap vastgelegd. Deze statutaire doelstelling zal voor de bestuurders leidend moeten zijn. En dan komt het: over de wijze waarop de bestuurders van de vennootschap uitvoering geven aan het ‘responsible corporate citizenship’ en de leidende beginselen kan expliciete verantwoording in het bestuursverslag plaatsvinden. Dat hierbij gekeken wordt naar het bestuursverslag is logisch. Daarin moeten bestuurders jaarlijks schriftelijke verantwoording afleggen over het gevoerde beleid, dus niet alleen het financiële beleid, maar meer in algemene – dus ook maatschappelijke – zin. Dit pleidooi is inmiddels in de pers en in de tweede kamer door parlementariërs van regeringspartijen opgepikt.3

De initiatiefnemer van voornoemd pleidooi is Jaap Winter, hoogleraar ondernemingsrecht te Amsterdam (VU) en in het verleden ook nauw betrokken bij het Europese ondernemingsrecht. Hij was voorzitter van een High Level Group die eind 2002 een belangrijk rapport uitbracht over het Europese ondernemingsrecht.4 Deze High Level Group had het toen niet kunnen vermoeden, maar wellicht wel toegejuicht, dat er anno 2020 door de Europese Commissie een belangrijk initiatief zou worden genomen voor een mogelijke modernisering van het Europese ondernemings- en verslaggevingsrecht, namelijk met betrekking tot de verantwoording inzake duurzaamheidsproblematiek. Het ziet er sterk naar uit dat de Europese Commissie op dit punt een (mondiale?) voortrekkersrol wil gaan voeren.

De Europese Commissie heeft deze zomer een mandaat verleend aan European Financial Reporting Advisory Group (EFRAG) om een Task Force in te stellen die het voorbereidende werk moet verrichten voor mogelijke Europese standaarden voor niet-financiële verslaggeving. En er is veel haast bij: de leden van de Task Force zijn eind augustus 2020 benoemd, de Task Force zal eind oktober 2020 een tussenrapportage consulteren en de zijn moet eind januari 2021 haar eindrapport presenteren.5 Vermoedelijk zal er in komende afleveringen van dit tijdschrift nog vaker bij deze ontwikkeling worden stilgestaan, want er valt uiteraard nog veel meer over dit onderwerp te schrijven.

Kenmerkend is wel dat dit gerelateerd is aan de evaluatie van de in 2014 met Richtlijn 2014/95/EU (de Richtlijn bekendmaking niet-financiële informatie en informatie inzake diversiteit) doorgevoerde wijziging in EU Richtlijn 2013/34/EU (Jaarrekeningrichtlijn). Dat wil zeggen: de toen geïntroduceerde verplichting voor organisaties van openbaar belang (OOB) met 500 of meer werknemers om over niet-financiële informatie (NFI) te rapporteren in het bestuursverslag. Denk daarbij aan: duurzaamheidsbeleid, milieubeleid, mensenrechtenbeleid, anti-corruptiebeleid, diversiteitsbeleid etc. Kortom: de Jaarrekeningrichtlijn is gebruikt om OOB’s vanaf boekjaar 2017 te verplichten over NFI te rapporteren in het bestuursverslag. Het heeft er alle schijn van dat een soortgelijke verplichting om over NFI te rapporteren in het bestuursverslag op (korte) termijn ook aan niet-beursgenoteerde ondernemingen in de EU zal worden opgelegd. Het is aan de Task Force om daarover te adviseren. En vooral ook te adviseren over de vraag of door de EU zelf ‘standaarden’ voor deze NFI-rapportage moeten/kunnen worden ontwikkeld. Het aanknopingspunt is hier dus, alweer, het bestuursverslag.

Dit alles past in een maatschappelijke trend. Ondernemingen, en dan vooral de leidinggevenden daarvan, worden geacht ten minste jaarlijks verantwoording af te leggen over het gevoerde beleid en de gevolgen van dat beleid. Dat dit beleid ruimer is dan bedrijfseconomische gevolgen of louter winststreven ten behoeve van de aandeelhouders is iets wat in het Nederlandse (en Europese) ondernemingsmodel evident is. Nu nog de rest van de wereld daarvan overtuigen. De bovengenoemde pleidooien en ontwikkelingen zijn een belangrijke aanzet waarover absoluut verder nagedacht zal (moeten) worden. Wordt vervolgd.






Deel deze pagina:

Nog niet beoordeeld

Bijlage(n)

Artikel informatie

Type
Overig
Auteurs
mr. dr. C.J.A. van Geffen 1
Auteursvermelding
Ik ben auteur van dit artikel
Datum artikel
Uniek Den Hollander publicatienummer
UDH:TvJ/16353

Verder in 2020 nr.4

 Bestuursverslag: opvallend pleidooi hoogleraren ondernemingsrecht en mogelijke EU-standaarden voor niet-financiële informatie

In het Tijdschrift voor Jaarrekeningenrecht wordt aandacht besteed aan het brede spectrum rondom de jaarrekening en andere (jaar)rapportages. Dus niet alleen financiële verslaggeving, jurispru...

 Wettelijke reserves in geval van een buitenlandse deelneming: enige achtergronden en een praktijkvraagstuk

In het Nederlandse jaarrekeningenrecht en kapitaalbeschermingsrecht spelen wettelijke reserves een belangrijke rol. In enkelvoudige jaarrekeningen van Nederlandse NV’s en BV’s worden re...

 Jurisprudentieoverzicht 2018/2019

Deze jurisprudentiebespreking 2018/2019 ziet op de formele aspecten van het jaarrekeningenrecht, waaronder de administratieplicht, besluitvorming rondom de jaarrekening en de gevolgen van niet-n...

 Accountantsverklaring bij omgekeerde juridische fusie soms onmogelijk - Praktijkvraag

Bij een zogenoemde ‘omgekeerde’ juridische fusie tussen een holding en haar 100%-dochter kan zich een bijzondere complicatie voordoen bij de accountantsverklaring die op grond van art. ...