Tijdschrift voor Huurrecht Bedrijfsruimte 2008 nr. 3

Tijd voor herziening? Een nadere analyse van het huurrecht voor bedrijfsruimte

mr. T.H.G. Steenmetser

Deze bijdrage is bedoeld als aanzet voor het congres dat de uitgever en de redactie van dit tijdschrift in samenwerking met de Academie voor de Toegepaste Rechtswetenschappen in het najaar van 2008 organiseren1. Tijdens dit congres zal het huurrecht voor bedrijfsruimte nader worden bekeken en beoordeeld. In het bijzonder zullen punten aan de orde komen die aanpassing verdienen. Dat klinkt apart voor een wettekst van nauwelijks vijf jaar oud, maar eenieder die enigszins ingewijd

Artikel kopen € 79,00 excl. BTW

In plaats van abonneren kunt u dit artikel ook afzonderlijk kopen.

is, zal de kritiek die hierna aan de orde komt tenminste op onderdelen delen. Het is goed geweest dat het sterk verouderde huurrecht in 2003 is herzien en integraal is aangepast. Het huurrecht bedrijfsruimte is echter, behoudens voor zover het gaat om de algemene huurbepalingen die op alle verhuur van toepassing zijn in 2003, niet enorm gewijzigd. Principiële afwijkingen ten opzichte van het verleden is men uit de weg gegaan en waren (waarschijnlijk) politiek niet haalbaar. De wijzigingen die wel zijn doorgevoerd blijken niet altijd even gelukkig en zijn soms onlogisch. Eerder heeft Huydecoper in WR Tijdschrift voor Huurrecht kritische opmerkingen gemaakt over het huidige huurrecht2 en de ruimte die het laat voor de belangen van de verhuurder. In deze bijdrage zullen daar kritische noten aan worden toegevoegd. Eerst zal worden stilgestaan bij het algemene huurrecht. Daarna wordt getracht voor alle soorten bedrijfsruimten één regime te creëren. Daarbij zullen ook specifieke bepalingen aan bod komen die (thans) alleen gelden voor de zogenoemde middenstandsbedrijfsruimte (art. 7:290 e.v. BW). Uiteraard zal ook nog aandacht worden besteed aan artikel 7:230a BW. Het doel van deze bijdrage is om aan te geven waar het huidige huurrecht voor bedrijfsruimte op zijn minst opnieuw moet worden beoordeeld. De bijdrage zal geen kritische beschouwing zijn op de letter van de wet, maar zal meer in grote lijnen aangeven waar de huidige regelgeving geen recht doet aan de verhouding van verhuurder en huurder in de praktijk. Wellicht dat daarmee een discussie wordt geopend die tot een verbeterde wetgeving leidt.

U heeft op dit moment geen toegang tot de volledige inhoud van dit product. U kunt alleen de inleiding en hoofdstukindeling lezen.

Wanneer u volledige toegang wenst tot alle informatie kunt u zich abonneren of inloggen als abonnee.


Deel deze pagina:

Nog niet beoordeeld

Bijlage(n)

  • Bijlagen zijn alleen beschikbaar voor abonnees.

Artikel informatie

Type
Artikel
Auteurs
mr. T.H.G. Steenmetser
Auteursvermelding
Ik ben auteur van dit artikel
Datum artikel
Uniek Den Hollander publicatienummer
UDH:TvHB/6923

Verder in 2008 nr.3

 Voorwoord

Inmiddels werken we bijna vijf jaar met het nieuwe huurrecht dat in augustus 2003 in werking is getreden. Op 2 maart 2006 heeft de redactie met de uitgever een congres georganiseerd en de nieuwe ...

 Tijd voor herziening? Een nadere analyse van het huurrecht voor bedrijfsruimte

Deze bijdrage is bedoeld als aanzet voor het congres dat de uitgever en de redactie van dit tijdschrift in samenwerking met de Academie voor de Toegepaste Rechtswetenschappen in het n...

 Een gewezen huurder moet zich na een verwijzing naar artikel 7:308 BW in een huurbeëindigingsuitspraak niet te snel rijk rekenen

Volgens artikel 7:308 BW dient de verhuurder van middenstandsbedrijfsruimte een vergoeding te betalen aan de gewezen huurder, wiens huur hij heeft opgezegd, indien de verhuurder voordeel geniet ...

 Rechterlijke matiging van contractuele boete / Intrahof Gouda BVs Speelgoedpaleis Bart Smit BV

In menige huurovereenkomst komt een boetebeding voor. Als een boetebeding eenmaal is overeengekomen en wordt ingeroepen, kan de schuldenaar zich daartegen verweren. Het eerste verw...