Tijdschrift voor Huurrecht Bedrijfsruimte 2020 nr. 4

Handhaving van de label C-plicht door het bevoegd gezag: bij de verhuurder of huurder? - Bekeken vanuit bestuursrechtelijk perspectief

mr. M.Y.C.L. de Wit1

Artikel kopen € 79,00 excl. BTW

In plaats van abonneren kunt u dit artikel ook afzonderlijk kopen.

Een kantoor mag vanaf 1 januari 2023 niet langer gebruikt worden als het niet over een geldig energielabel beschikt met een energie-index van 1,3 of beter (voorheen: ‘label C’). Dit verbod is opgenomen in art. 5.11 van het Bouwbesluit. Voor verhuurde kantoorpanden speelt de vraag op welke partij de verplichting rust om voor dat label zorg te dragen. In dit artikel wordt deze vraag vanuit de bestuursrechtelijke invalshoek van de handhaving benaderd. Meer concreet: kan/zal het bevoegd gezag zich bij handhaving van art. 5.11 Bouwbesluit richten tot de verhuurder, de huurder of wellicht allebei?Over deze vraag is eerder geschreven door onder meer Van Rappard, Huber en Vermolen in Woonrecht,[2] door Boudesteijn in Bouwrecht[3] (2019/7) en Fraai en mijzelf in Tijdschrift voor Bouwrecht (2019/44).[4] Van Rappard, Huber en Vermolen stellen dat in de meeste gevallen de eigenaar van een kantoor als overtreder van de labelplicht zal worden beschouwd. Boudesteijn stelt dat de wetgever de verantwoordelijkheid voor het uitvoeren van de labelverplichting bij de eigenaar heeft neergelegd. In ons artikel stellen Fraai en ik dat hierover geen duidelijkheid bestaat en dat het verbod zich zowel tot de verhuurder en huurder lijkt te richten. Deze artikelen leveren geen congruent beeld op; aanleiding om nader op deze vraag in te gaan.

U heeft op dit moment geen toegang tot de volledige inhoud van dit product. U kunt alleen de inleiding en hoofdstukindeling lezen.

Wanneer u volledige toegang wenst tot alle informatie kunt u zich abonneren of inloggen als abonnee.


Verder in dit artikel:

1. Gebruiksverbod

2. Handhaving Bouwbesluit

3. ‘Normadressaat’

3.1. Tekst Bouwbesluit

3.2. Nota van Toelichting Bouwbesluit

3.3. Art. 1b lid 3 Woningwet

3.4. Tussenconclusie: geen normadressaat

4. Feitelijke macht; zeggenschap; toezicht houden

4.1. Feitelijke macht; zeggenschap

4.2. Rol huurovereenkomst

4.3. Tussenconclusie

5. In de praktijk

5.1. In beginsel de huurder?

5.2. Toch de verhuurder?

5.3. Of toch niet?

5.4. Zowel huurder als verhuurder overtreders?

6. Tot slot

Deel deze pagina:

Nog niet beoordeeld

Bijlage(n)

  • Bijlagen zijn alleen beschikbaar voor abonnees.

Artikel informatie

Type
Artikel
Auteurs
mr. M.Y.C.L. de Wit1
Auteursvermelding
Ik ben auteur van dit artikel
Datum artikel
Uniek Den Hollander publicatienummer
UDH:TvHB/16285

Verder in 2020 nr.4

 De betekenis van de arresten Meetinstructie I en II voor de aansprakelijkheid van de makelaar bij verhuur (en verkoop) bedrijfsruimte

Twee jaar geleden ging ik in een artikel in dit tijdschrift in op de betekenis van het tuchtrechtelijk oordeel in het civiele aansprakelijkheidsrecht.[2] Na een algemene uiteenzetting werd in par. ...

 Handhaving van de label C-plicht door het bevoegd gezag: bij de verhuurder of huurder? - Bekeken vanuit bestuursrechtelijk perspectief

Een kantoor mag vanaf 1 januari 2023 niet langer gebruikt worden als het niet over een geldig energielabel beschikt met een energie-index van 1,3 of beter (voorheen: ‘label C’). Dit verbod is op...

 Boilerplate bepalingen in huurovereenkomsten, in or out?

De invloed van de Anglo-Amerikaanse rechtspraktijk op het Nederlandse recht lijkt de afgelopen decennia sterk te zijn toegenomen. Dit kan onder meer worden afgeleid uit de ontwikkeling ...

 Voorwoord

Het leven wordt, met het versoepelen van de coronamaatregelen, gelukkig voor veel mensen weer wat normaler (hoewel de vraag is voor hoe lang …). In de huurrechtpraktijk zullen we naar verwac...

 Contractsoverneming en huurrecht

Deze bijdrage maakt deel uit van de cyclus ‘huur- en verbintenissenrecht’. In deze bijdrage komt het leerstuk van de contractsoverneming aan bod. Contractsoverneming is een zelfstandige...