Tijdschrift voor Compliance 2012 nr. 2

Uit de boekenkast van de bedrijfsethiek (44)

dr. E.D. Karssing*

In de bedrijfsethiek is een groot aantal boeken en artikelen verschenen waarin op praktische wijze integriteitsvraagstukken worden behandeld en concrete aanbevelingen worden gedaan voor het bevorderen van de integriteit van organisaties en haar medewerkers. Niet iedereen weet deze publicaties te vinden of heeft tijd ze te lezen. Daarom kijkt Edgar Karssing geregeld voor het Tijdschrift voor Compliance in de boekenkast van de bedrijfsethiek en bespreekt hij een artikel of boek. Deze bijdragen zijn geen recensies, maar

Artikel kopen € 79,00 excl. BTW

In plaats van abonneren kunt u dit artikel ook afzonderlijk kopen.

een samenvatting van de belangrijkste conclusies en aanbevelingen van de auteur(s), die hij zal confronteren met zijn eigen observaties als trainer en adviseur op het gebied van ethiek en integriteit. In dit nummer worden het artikel ‘Stapvoets door een dilemma. Opzet en achtergronden van een bewerkingsmodel’ van Henk van Luijk en het boek Professionele ethiek. Morele besluitvorming in organisaties en professies van Rob van Es besproken. 1. Inleiding Hoe kun je besluiten zelfbewust en weloverwogen nemen? Hoe kun je recht doen aan de morele aspecten die bij bijna iedere beslissing een rol spelen? In de geschiedenis van de filosofie is een groot aantal inzichten geformuleerd dat (partieel) bruikbaar is voor het verhelderen van een problematische situatie en professionals dus kan ondersteunen in hun denkproces. Voorbeelden zijn basisbegrippen als rechten, plichten, verplichtingen, wetten, karakter, gevolgen, nut, gemeenschap, belang, behoefte, wensen, rechtvaardigheid, gelijkheid, deugd, vrijheid en geluk. Vaak werden dergelijke begrippen neergezet als rivalen, wat zou betekenen dat je een keuze moet maken tussen de verschillende concepten, waarbij de niet-gekozen concepten als ‘foutief’ worden bestempeld. Ik gebruik de vele verschillende inzichten van filosofen liever op een niet-dogmatische wijze. Los van de pretentie van een filosoof en zonder de theoretische achtergrond van het concept geheel te onderschrijven, zijn de inzichten vaak (partieel) bruikbaar voor het verhelderen van een problematische situatie. In plaats van kiezen tussen kan men ook (en beter) kiezen uit een groot aantal inzichten, die elk een eigen aspect van de morele werkelijkheid benadrukken. Ik gebruik de metafoor denkgereedschap om ruimte te scheppen voor een dergelijk niet-dogmatisch gebruik van het filosofische begrippenapparaat: ‘Denken is te beschouwen als werk, en werk vergt instrumenten, gereedschap. Denkwerk vergt denk-gereedschap’.1 Denkgereedschappen zijn in de eerste plaats aandachtsrichters; zij spelen een belangrijke rol in de manier waarop wij de wereld waarnemen en ze helpen bij het stellen van de juiste vragen. Ze geven een voorlopig antwoord op de vraag: Waar gaat het hier eigenlijk over en hoe kijk ik daar tegenaan? Daarnaast zijn ze bijvoorbeeld behulpzaam bij het aanbrengen van enige ordening in complexe vraagstukken en stimuleren ze de creativiteit in het denkproces. Met behulp van denkgereedschappen als begrippen en concepten, argumentatiepatronen en analysemodellen kunnen professionals effectiever: –– morele vraagstukken benoemen; –– morele vraagstukken analyseren; –– het perspectief verbreden; –– gecompliceerde verbanden ontrafelen; –– zoeken naar oplossingen; –– met anderen over morele vraagstukken communiceren. In deze boekenkast bespreek ik een moreel intervisiemodel als belangrijk denkgereedschap voor het nadenken over en bespreken van lastige morele kwesties. Op Nyenrode gebruiken we het intervisiemodel tijdens workshops – zogenaamde dilemmatrainingen – om de morele competentie van de deelnemers te versterken en een bijdrage te leveren aan een cultuur van moreel overleg. Het moreel intervisiemodel bestaat uit zes vragen en is gebaseerd op het stappenplan van mijn leermeester Henk van Luijk. Als student begin jaren negentig van de vorige eeuw heb ik hier voor het eerst mee kennisgemaakt. Het was destijds nog een tienstappenplan. Later heeft het veel bekendheid gekregen als een zevenstappenplan.2 We hebben er vervolgens eerst een vijfstappenplan en daarna een zesstappenplan van gemaakt. Het model blijft zich dus ontwikkelen, vooral gevoed door gebruik in de praktijk. En daarmee wordt ook de kracht van het model benoemd. Enerzijds is het gebaseerd op belangrijke filosofische inzichten. Anderzijds is het ‘getoetst aan de mondelinge en schriftelijke, individuele of groepsgewijze bewerking van honderden casussen, uit het bedrijfsleven –––maar ook uit overheidsorganisaties’.3 In het ‘klassieke’ zevenstappenplan ligt meer de nadruk op de analyse van een morele kwestie; wij hebben enkele wijzigingen doorgevoerd om het model beter aan te laten sluiten bij de vereisten van intervisie: het accent is iets verschoven van de nadruk op inhoudelijke analyse naar het proces van samen nadenken. Ook hebben we nadrukkelijker ruimte ingebouwd voor beroepsstandaarden, kaders van de organisatie, business principles en andere morele uitgangspunten. In par. 2 definieer ik morele vraagstukken en bespreek ik kort twee morele argumentatiepatronen; dit zijn belangrijke denkgereedschappen die aan het morele intervisiemodel ten grondslag liggen. In par. 3 wordt stap voor stap het morele intervisiemodel geïntroduceerd. In par. 4 ga ik tot slot kort in op enkele kritieken op en beperkingen van het morele intervisiemodel. Bij het formuleren van een oplossing voor die beperkingen maak ik onder andere gebruik van het boek Professionele ethiek. Morele besluitvorming in organisaties en professies van Rob van Es: naast het versterken van het (samen) nadenken – een belangrijke functie van het intervisiemodel – is ook het vormen van de denker belangrijk.4

U heeft op dit moment geen toegang tot de volledige inhoud van dit product. U kunt alleen de inleiding en hoofdstukindeling lezen.

Wanneer u volledige toegang wenst tot alle informatie kunt u zich abonneren of inloggen als abonnee.


Deel deze pagina:

Nog niet beoordeeld

Bijlage(n)

  • Bijlagen zijn alleen beschikbaar voor abonnees.

Artikel informatie

Type
Overig
Auteurs
dr. E.D. Karssing*
Auteursvermelding
Ik ben auteur van dit artikel
Datum artikel
Uniek Den Hollander publicatienummer
UDH:TvCo/9868

Verder in 2012 nr.2

 Redactioneel. Beheerst beloningsbeleid – illusie of reële uitdaging?

Het vorige themanummer van dit tijdschrift, ‘Toezicht vanuit compliance perspectief’, is niet onopgemerkt gebleven. Het interview met Gerben Everts (directie AFM) heeft zelfs de Tweede Kamer geha...

 De bonus revisited: ratten, targets en kansen voor de compliancefunctie

In 2007 luidde de sub-prime crisis vanuit de Verenigde Staten een wereldwijde financiële crisis in. Sindsdien is er een wijdverspreid geloof dat één van de onderliggende oorzaken van deze crisis...

 Beloningsbeleid: wie betaalt, bepaalt. Interview met Jan Maarten Slagter

De kredietcrisis mag veel hebben veranderd; voor de Vereniging van Effectenbezitters is een principe rotsvast overeind gebleven: de beloning van bestuurders is een kwestie van de aandeelhouders ...

 De lange weg naar een verantwoord beloningsbeleid voor de financiële sector

Het beloningsbeleid in de financiële sector is de afgelopen jaren in de kern van het publieke debat over deze sector terechtgekomen. Excessieve beloningen vormen een belangrijk sym...

 Regels over beheerst Regels over beheerst beloningsbeleid en de rol van de toezichthouders

Nadere regelingen, beleidsregels, leidraden en wetsinterpretatie: we zijn er in de financiële wereld inmiddels aan gewend om te maken te hebben met ingrijpende en vergaande regels van DNB en de ...

 Beloningsbeleid & Ethiek

Vooraf Bij mijn afscheid in 2005 als voorzitter van de Werkgroep Compliance van de Nederlandse Vereniging van Banken (NVB) kreeg ik als herinnering aan dat voorzitterschap de Ethica Nicomachea ...

 Beloningsrisico’s in kaart gebracht. Een geïntegreerde aanpak

In dit artikel wordt een aanzet gegeven voor de manier waarop financiële ondernemingen een geïntegreerde aanpak voor een risicoanalyse rondom het onderwerp beloningsbeleid op kunne...

 Beloningsbeleid als kans

Als u in 2015 Het Financieele Dagblad openslaat, wacht u een aangename verrassing. Het vertrouwen in de sector is weer stijgende en uit analyse blijkt dat deze trend medio 2012 begon. Het moment...

 De integrale verandering van de financiële sector om het klantbelang centraal te zetten

De noodzaak voor de financiële sector om het klantbelang centraal te stellen, is door de huidige vertrouwenscrisis pijnlijk zichtbaar geworden. Aan deze vertrouwenscrisis ligt niet alleen de int...

 Bestuurdersbeloning, publieke ophef & het creëren van maatschappelijk draagvlak

Wet- en regelgeving rondom beloning van bestuurders vraagt steeds meer van compliance officers. Om in-compliance te zijn is er een grotere noodzaak ontstaan om, zoals de Code Banken b...